ECLI:NL:OGEAA:2022:475
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis kort geding over dwangsom en bevorderingsverzoek ambtenaar tegen Land Aruba
De eiser, een ambtenaar werkzaam bij Colegio Educacion Profesional Intermedio te Aruba, verzocht het Land Aruba om bevordering naar een hogere salarisschaal vanaf 1 juni 2017. Dit verzoek bleef onbeantwoord, waarop eiser bezwaar maakte bij het Gerecht in Ambtenarenzaken. Dit gerecht verklaarde het bezwaar gegrond en beval het bestuursorgaan binnen drie maanden te beslissen, maar het Land gaf hieraan geen gevolg.
Eiser startte daarop een kort geding met vorderingen tot het opleggen van een dwangsom en schadevergoeding wegens het uitblijven van een beslissing. Het Land erkende de eerdere uitspraak maar betwistte de schadevergoeding en verzocht om matiging van de dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat het Land onrechtmatig handelde door niet te beslissen en dat de burgerlijke rechter bevoegd is om een dwangsom op te leggen ter nakoming van de eerdere uitspraak. De rechtbank wees het bevel tot herhaling van de beslissing en de schadevergoeding af, omdat deze al in de eerdere procedure waren vastgesteld of nog niet uitgeput. Wel werd een gemaximeerde dwangsom opgelegd van 250 gulden per dag met een maximum van 50.000 gulden, te verbeuren indien het Land niet binnen zes weken na betekening alsnog beslist.
De kosten van de procedure werden aan het Land opgelegd, met uitzondering van de gevorderde betekeningskosten voor gemachtigden omdat eiser in persoon procedeerde. Het vonnis werd uitgesproken op 7 september 2022 door rechter T.A.M. Tijhuis.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot een gemaximeerde dwangsom van 250 gulden per dag indien niet binnen zes weken wordt beslist over het bevorderingsverzoek; overige vorderingen worden afgewezen.