Uitspraak
- De feiten
- De standpunten van partijen
- Het juridisch kader
- De uitspraak van 14 februari 2024
- Is er aanleiding terug te komen van de uitspraak van 14 februari 2024?
- Wat betekent dit voor partijen?
- in de situatie dat een verzekerde door ziekteoorzaak A uitvalt en arbeidsongeschikt is voor het verrichten van het eigen werk, en twee jaar lang arbeidsongeschikt blijft wegens die oorzaak, de verzekerde twee jaar lang ziekengeld ontvangt.
- in de situatie dat een verzekerde voor ziekteoorzaak A twee maanden ziekengeld heeft ontvangen, daarna is hersteld en vervolgens twee jaar later uitvalt wegens dezelfde ziekteoorzaak, de verzekerde geen recht (meer) heeft op ziekengeld omdat inmiddels twee jaren zijn verstreken. Het recht op ziekengeld blijft dan beperkt tot twee maanden.
- De uitspraak van 7 februari 2024
- Wat zeggen partijen hierover?
- De samenstelling van het College
- De benoeming van de voorzitter van het College
- Het ontslag van de voorzitter van het College
- Voldoet het College van Beroep aan de te stellen eisen?
- Conclusie en gevolg
"2.3 Naar het oordeel van het gerecht is niet buiten twijfel verheven dat het college van beroep, bedoeld in artikel 10 van Pro de Lvz als een onafhankelijk gerecht in de zin van artikel 2, tweede lid, onder c, van de Lar kan worden aangemerkt. Daarvoor bestaan een aantal redenen.
Het College zal vanaf heden onder zijn uitspraken vermelden dat tegen zijn uitspraken hoger beroep kan worden ingesteld op het Hof, oordelend als Lar-rechter. Bij die keuze heeft het College betrokken dat de rechtsgang in sociale zekerheidszaken in de andere landen binnen het Koninkrijk bestaat uit twee (bestuurs)rechterlijke instanties.
1.Juridisch kader bij vraag 1:
Landsverordening ziekenverzekeringluidt als volgt:
2.Juridisch kader bij vraag 2:
1. De tot de rechterlijke macht in de landen behorende gerechten zijn:
De Hoge Raad neemt de in dit hoofdstuk bedoelde beslissingen op vordering van de procureur-generaal bij de Hoge Raad. (…)