Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2015:14

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
27 november 2015
Zaaknummer
HLAR 72806/15
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 LvZv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake aanspraak op ziekengeld bij chronische ziekte en uitleg artikel 5 LvZv

Het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekostenverzekeringen (USZV) stelde bij beschikking van 12 maart 2013 dat belanghebbende per 7 april 2013 geen aanspraak meer had op ziekengeld voor een ziektegeval met een chronische ziekteoorzaak. Na bezwaar verklaarde het USZV dit bezwaar ongegrond bij beschikking van 30 oktober 2013. Belanghebbende stelde beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, dat op 26 januari 2015 het beroep gegrond verklaarde en de beschikking vernietigde.

Het USZV stelde hiertegen hoger beroep in. Het Hof behandelde de zaak op 24 augustus 2015 en overwoog dat de aanspraak op ziekengeld volgens artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) vervalt na twee jaar na de ziekmelding, niet na twee jaar arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak. Het Hof oordeelde dat het Gerecht ten onrechte een afwijkende uitleg had gehanteerd.

Het Hof vernietigde het vonnis van het Gerecht en verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de beschikking van 30 oktober 2013 ongegrond. Tevens werd het betaalde griffierecht aan het USZV terugbetaald. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het beroep van belanghebbende tegen de beschikking van het USZV is ongegrond verklaard.

Uitspraak

HLAR 72806/15
Datum uitspraak: 9 oktober 2015
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
Het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekostenverzekeringen (hierna: USZV),
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 26 januari 2015 in zaak nr. LAR-150 van 2013, in het geding tussen:
appellant
en
[belanghebbende].
Procesverloop
Bij beschikking van 12 maart 2013 heeft appellant (hierna: USZV) bepaald dat [belanghebbende] (hierna: [belanghebbende]) per 7 april 2013 geen aanspraak heeft op ziekengeld voor het ziektegeval, onder meer gemeld onder ziektemeldingskaartnummer 200720.
Bij beschikking van 30 oktober 2013 heeft het USZV het door [belanghebbende] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 januari 2015 heeft het Gerecht het door [belanghebbende] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en het USZV opgedragen om binnen zes weken een nieuwe beschikking op het gemaakte bezwaar te geven.
Tegen deze uitspraak heeft het USZV hoger beroep ingesteld.
[belanghebbende] heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 augustus 2015, waar het USZV, vertegenwoordigd door mr. B.G. Hofman, advocaat, en [belanghebbende] vertegenwoordigd door mr. C.H.J. Merx, zijn verschenen.
Overwegingen
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening Ziekteverzekering (hierna: LvZv), voor zover thans van belang, heeft de werknemer, die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, aanspraak op ziekengeld met ingang van de derde dag na die van de ziekmelding en vervalt die aanspraak ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak twee jaar nadien.
Het USZV betoogt dat het Gerecht het beroep van [belanghebbende] ten onrechte niet niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de mededeling aan [belanghebbende] dat hij per 7 april 2013 geen aanspraak meer heeft op ziekengeld voor het ziektegeval, onder andere gemeld onder ziektemeldingskaartnummer 200720, voor hem geen directe gevolgen had nu hij ten tijde daarvan niet arbeidsongeschikt was. Gelet daarop, had hij geen belang bij het beroep, aldus het USZV.
2.1. Dat betoog faalt. Niet in geschil is dat de ziekteoorzaak waarop de beschikking van 30 oktober 2013 ziet, een chronische ziekte betreft. Gelet daarop, valt aan te nemen dat [belanghebbende] in de toekomst door diezelfde ziekteoorzaak arbeidsongeschikt kan raken. Indien de beschikking van 30 oktober 2013 in rechte onaantastbaar wordt, heeft [belanghebbende] in beginsel geen aanspraak op ziekengeld, indien hij door dezelfde ziekteoorzaak arbeidsongeschikt raakt. Onder die omstandigheden heeft het Gerecht terecht belang van [belanghebbende] bij het beroep aangenomen.
3. Het USZV betoogt voorts dat het Gerecht ten onrechte heeft geoordeeld dat redelijke wetsuitleg meebrengt dat de periode van twee jaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de LvZv, slechts “volloopt” door hetzij een periode van aaneengesloten arbeidsongeschiktheid van twee jaren na de ziektemelding, indien dezelfde medische klachten de arbeidsongeschiktheid nog steeds veroorzaken, dan wel door optelling van meerdere periodes van arbeidsongeschiktheid, veroorzaakt door dezelfde medische klachten, vanaf de eerste ziekmelding in verband daarmee.
3.1. Dat betoog slaagt. Dat de aanspraak op ziekengeld niet na twee jaar na de derde dag na die van de ziekmelding vervalt, maar eerst nadat de werknemer door dezelfde ziekteoorzaak in totaal twee jaren arbeidsongeschikt is gewenst, strookt niet met de bewoordingen van artikel 5, eerste lid, van de LvZv. Zoals het Hof eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 18 december 2009 in zaak nr. HLAR 029/09; ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0555), bestaat voor een van de bewoordingen van artikel 5, eerste lid, van de LvZv afwijkende uitleg geen ruimte, aangezien deze duidelijk is. Niet in geschil is dat [belanghebbende] na de ziekmelding op 3 februari 2011, vanaf 5 februari 2011 aanspraak had op ziekengeld voor de onder ziektemeldingskaartnummer 200720 vermelde ziekteoorzaak. Gelet daarop heeft het USZV zich terecht op het standpunt gesteld dat de aanspraak van [belanghebbende] op ziekengeld ter zake van die ziekteoorzaak twee jaar nadien is komen te vervallen.
4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het tegen de beschikking van 30 oktober 2013 ingestelde beroep, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en nu tegen de beschikking geen andere gronden zijn aangevoerd, ongegrond verklaren.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
I.
verklaarthet hoger beroep gegrond;
II.
vernietigtde uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, van 26 januari 2015 in zaak nr. LAR 150/2013;
III.
verklaarthet bij het Gerecht in die zaak tegen de beschikking van het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekostenverzekeringen van 30 oktober 2013 ingestelde beroep
ongegrond;
IV.
verstaatdat de griffier aan het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekostenverzekeringen het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van NAf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, griffier.
w.g. Van der Poel
voorzitter
w.g. De Haseth
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2015
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,