ECLI:NL:OGEAA:2024:241
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijwillige uitdiensttreding en nieuwe uitleg beroepstermijn Lar Aruba
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om vrijwillige uitdiensttreding (VUT). Het bezwaar was eerder ongegrond verklaard. De kern van het geschil betrof zowel de ontvankelijkheid van het beroep als de inhoudelijke afwijzing van het VUT-verzoek.
Het gerecht oordeelt dat de beroepstermijn volgens de Lar start op de dag na dagtekening van het besluit, maar erkent dat in de praktijk de uitreiking vaak later plaatsvindt. Daarom past het gerecht artikel 28 Lar Pro zodanig toe dat een termijnoverschrijding niet wordt tegengeworpen indien het beroep binnen zes weken na de dag volgend op de uitreiking is ingediend. Dit voorkomt ongelijke behandeling en sluit aan bij jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en ontwikkelingen in de Arubaanse wetgeving.
Inhoudelijk wijst het gerecht het beroep af. Het verzoek om VUT-ontslag is afgewezen omdat het ontslag de continuïteit van de dienstverlening bij het betrokken bureau onevenredig zou schaden. De stelling van appellante dat zij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van een collega wordt verworpen, omdat de situaties verschillen qua tijdstip en omstandigheden. Ook haar medische situatie rechtvaardigt geen uitzondering op het beleid dat VUT-ontslag alleen in zeer uitzonderlijke medische gevallen wordt verleend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellante kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om vrijwillige uitdiensttreding wordt ongegrond verklaard.