Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Ontvankelijkheid van het beroep
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende, een Arubaans bedrijf actief in personeelsuitlening, kreeg naheffingsaanslagen loonbelasting en premies voor de jaren 2013, 2014 en 2015 opgelegd. Na pro-forma bezwaren en motiveringen volgden uitspraken op bezwaar in mei 2019, waarna belanghebbende pas in 2023 beroep instelde. Het Gerecht oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de wettelijke termijn van twee maanden na de uitspraak op bezwaar.
De huidige adviseur van belanghebbende betwist de ontvangst van de uitspraken op bezwaar, maar het Gerecht acht dit ongeloofwaardig gelet op de lange periode zonder bezwaar, de negen betalingsregelingen waarin de aanslagen onderdeel waren, en correspondentie waarin geen discussie over de aanslagen voorkomt. Hierdoor is het vermoeden van ontvangst niet ontzenuwd.
Voorts is vastgesteld dat de Inspecteur ten onrechte een tweede uitspraak op bezwaar heeft gedaan, maar dit leidt niet tot een nieuwe beroepstermijn. Ten slotte concludeert het Gerecht dat de naheffingsaanslagen 2013 buiten de vijfjarige naheffingstermijn zijn opgelegd, wat tot vernietiging zou leiden als het beroep ontvankelijk was geweest. Het Gerecht wijst proceskosten af en moedigt partijen aan tot compromis, hetgeen door de Inspecteur is afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen 2013-2015 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.