Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren die bij de moeder verblijven. De moeder verzocht om maandelijkse kinderalimentatie van 800 Arubaanse florin. De vader stelde dat hij wegens schulden en een laag inkomen door een opleiding niet kon bijdragen.
Het gerecht stelde vast dat de kosten van verzorging en opvoeding gemiddeld 450 en 650 Arubaanse florin per kind bedragen. De vader verdient netto circa 1.254 euro per maand, betaalt 632 euro huur en houdt ongeveer 100 euro over voor levensonderhoud, waardoor hij formeel geen draagkracht heeft.
Desondanks oordeelde het gerecht dat de vader een minimale bijdrage van 50 Arubaanse florin per kind per maand kan betalen, omdat hij bewust koos voor een opleiding met laag inkomen en er mogelijkheden zijn om meer te werken. De bijdrage geldt met ingang van 1 september 2023. De draagkracht van de moeder werd niet beoordeeld.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.