ECLI:NL:OGEAA:2025:334
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen bij afwijzing verlenging tijdelijke verblijfsvergunning arbeid
Verzoeker had een eerste tijdelijke verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst, geldig tot januari 2025. Zijn aanvraag tot verlenging werd op 8 augustus 2025 afgewezen omdat hij niet was ingeschreven bij de Sociale Verzekeringsbank (SVb), een vereiste voor verlenging.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg het gerecht om een voorlopige voorziening, omdat hij zich niet kon inschrijven bij de SVb door administratieve achterstanden bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (Censo) en de Belastingdienst (DIMP). Het gerecht oordeelde dat verzoeker niet verantwoordelijk was voor deze vertragingen.
Het gerecht concludeerde dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en dat onmiddellijke uitvoering van de afwijzing onevenredig nadeel zou veroorzaken. Daarom werd de beschikking geschorst en verzoeker voorlopig behandeld alsof hij een geldige vergunning had. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: De beschikking tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt geschorst en verzoeker mag voorlopig in Aruba verblijven.