Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
Afl. 56.875,-- voor arbeid aan [gedaagde] betaald.
WAARNEMING:
- Vloertegels
- Wandtegels in badkamers
- Plafond
- Losse pleisterlagen met scheuren
- Afgewerkte raamopeningen hoeken niet haaks
- Achterdeur opening hoeken niet haaks
- Beerput in plaats van drie vakken septictank
- Riolering zonder ontstoppings gaten
- Geen riolering vanaf de keuken
- Waterleidingstelsel niet afgemaakt
- Beerput zonder ontluchtingsgat
- Dakconstructie niet conform bestek
Alle wateraflopen naar de achtergevel in plaats van naar de zijgevels met spuwers
Te weinig waterafvoerruimte aan de achtergevel
Bitumenlaag te hoog aan de dakrand
Existing Roof Conditions
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
plywood. De als gevolg daarvan ontstane gebreken kunnen niet op hem worden afgewenteld en hij hoeft daarvoor dus ook geen schadevergoeding te betalen, aldus [gedaagde]. Het Gerecht passeert deze verweren van [gedaagde] en licht dat als volgt toe.
plywoodheeft gekocht en [gedaagde] heeft die stelling niet onderbouwd. Zelfs als [eiseres] verkeerd materiaal zou hebben gekocht, geldt op grond van artikel 7:760 lid 2 BW Pro dat het de taak van [gedaagde] als aannemer is om te waarschuwen voor de gevolgen van het gebruik van te dun
plywood. Niet gesteld of gebleken is dat hij dat heeft gedaan, zodat het Gerecht het verweer van [eiseres] passeert.
Afl. 2.395,78 heeft zij onweersproken gesteld dat het huis opnieuw moest worden geverfd na de reparaties. De als post (v) genoemde kosten van Afl. 2.935,98 betreffen volgens [eiseres] installatiekosten en kosten voor reparaties c.q. vervanging van slecht werk en dus geen materialen. [Gedaagde] heeft deze stellingen van [eiseres] niet weersproken. Het Gerecht zal deze posten (ii) en (v) – die [eiseres] ook met kwitanties heeft onderbouwd – ter hoogte van in totaal
Afl. 5.331,76als onvoldoende weersproken toewijzen. De posten (i), (iii) en (iv) worden afgewezen omdat [eiseres] deze – tegenover de betwisting van [gedaagde] – onvoldoende heeft onderbouwd.
Afl. 22.965,-. Het gaat volgens haar om kosten die zij aan Buchito Construction heeft betaald voor het afmaken van werkzaamheden en het herstellen van gebreken. In haar verzoekschrift en haar conclusie van repliek heeft [eiseres] gespecificeerd om welke kosten het gaat: zo betreft het onder meer kosten voor het herstel van pleisterwerk, het aanleggen van een
septic tankin plaats van een beerput en werkzaamheden ter versterking van het dak. Het Gerecht zal deze post (vi) toewijzen, omdat [eiseres] deze met offertes en betaalbewijzen heeft onderbouwd en [gedaagde] daartegen geen verweer heeft gevoerd.
Afl. 2.275,44 ziet op het verhelpen van gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden en lekkages in de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer. Verder heeft [eiseres] ook gemotiveerd toegelicht dat en waarom [gedaagde] – anders dan was afgesproken – niet ‘Coriente [naam]’ heeft ingeschakeld voor de elektra, maar ene [betrokkene 2] die volgens [eiseres] rechtstreeks door [gedaagde] werd aangestuurd, zodat zij [gedaagde] wel degelijk voor gebreken aan de elektra kan aanspreken. [Gedaagde] heeft zijn standpunt niet van nadere onderbouwing voorzien, zodat het Gerecht daaraan voorbij zal gaan en de onder (vii) tot en met (x) genoemde posten, die [eiseres] overigens ook met stukken heeft onderbouwd, voor een bedrag van
Afl. 18.543,76zal toewijzen.
Afl. 44.761,52-.
Afl. 405,- voor toewijzing in aanmerking komen bovenop de separaat door [eiseres] gevorderde (en hierna te bespreken) vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Ook heeft zij niet uitgelegd waarom kosten voor een bouwtekening onder het bereik van artikel 6:96 lid 2 BW Pro vallen.
Afl. 1.062,-).
Afl. 22.965,- + Afl. 18.543,76 + Afl. 44.761,52 + Afl. 1.062,-).
15 november 2021, althans vanaf de datum van dagtekening van het verzoekschrift. [Gedaagde] heeft tegen deze vordering geen verweer gevoerd. Het Gerecht is van oordeel dat [eiseres] onvoldoende heeft toegelicht waarom de wettelijke rente is verschuldigd vanaf de hiervoor genoemde data, temeer nu [eiseres] onder andere vergoeding van concreet begrote herstelkosten vordert. Deze concreet begrote schade wordt pas opeisbaar op het moment dat de benadeelde (in dit geval [eiseres]) de kosten opeisbaar verschuldigd wordt en wanneer dit is (geweest) wordt door [eiseres] niet, althans onvoldoende, uitgelegd in haar processtukken. Het Gerecht ziet daarom aanleiding om de wettelijke rente over de hoofdsom toe te wijzen met ingang van de datum van dit vonnis.