Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het op 5 juni 2019 door dit Gerecht uitgevaardigd betalingsbevel onder zaaknummer AUA201900538;
- het verzetschrift van [opposante], ingediend bij de griffie op 28 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze verzetprocedure vordert opposante de vernietiging van een betalingsbevel dat door Setar was uitgevaardigd wegens een openstaande vordering. Setar had een betalingsbevel verkregen voor een bedrag van Afl. 1.754,81 plus incassokosten en wettelijke rente. Opposante stelde verzet in, maar dit gebeurde pas op 28 oktober 2025, terwijl het betalingsbevel op 15 juli 2021 aan haar was betekend.
Volgens artikel 84 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet verzet binnen twee weken na betekening van het vonnis of betalingsbevel worden ingesteld. Omdat opposante ruim na deze termijn verzet indiende, werd zij niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor kon het Gerecht niet inhoudelijk op haar verzet ingaan.
Tijdens de zitting gaf opposante aan het eens te zijn met de vordering en bereid te zijn te betalen, maar zij had financiële problemen en kon een eerdere betalingsregeling niet nakomen. Setar toonde zich bereid tot een nieuwe regeling. Het Gerecht adviseerde opposante contact op te nemen met de gemachtigde van Setar om tot een haalbare betalingsregeling te komen, mede gezien het derdenbeslag op het salaris van haar echtgenoot.
De uitspraak bevat tevens een veroordeling van opposante in de proceskosten, begroot op Afl. 250,-. Het vonnis werd uitgesproken op 22 april 2026 door rechter A.J.J. van Rijen.
Uitkomst: Opposante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet wegens te late indiening en veroordeeld in de proceskosten.