Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2026:147

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
AUA202601505
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 438 RvArt. 1:379 BWArt. 1:432 BWArt. 3:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot schorsing executie en vervanging notaris in nalatenschapsgeschil

Eiseressen en gedaagde deelgenoten zijn erfgenamen van twee overledenen en betrokken bij de afwikkeling van een nalatenschap met een perceel grond in Aruba. Een eerder vonnis stond de verkoop van het perceel voor Afl. 3,8 miljoen toe, ondanks bezwaar van eiseressen.

Eiseressen vorderden in kort geding de schorsing van de executie van dat vonnis, het verbod voor de notaris om de leveringsakte te passeren, en de aanwijzing van een onafhankelijke notaris. Zij stelden onder meer dat enkele deelgenoten handelingsonbekwaam zijn en dat er hogere biedingen op het perceel zijn, maar boden geen feitelijke of juridische onderbouwing.

Het Gerecht oordeelde dat de gestelde handelingsonbekwaamheid niet is aangetoond en dat de vermeende hogere biedingen onvoldoende concreet zijn. Ook de intrekking van onherroepelijke volmachten door twee deelgenoten had geen rechtsgevolg zonder rechterlijke tussenkomst. De vorderingen werden afgewezen, waarbij de proceskosten werden verdubbeld vanwege de gebrekkige procesvoering van eiseressen.

De notaris werd niet vervangen, omdat de beschuldigingen van partijdigheid ongegrond en onterecht intimiderend waren. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelt eiseressen tot betaling van proceskosten aan de zijde van de gedaagde deelgenoten en de notaris.

Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van executie, verbod tot passeren leveringsakte en vervanging notaris worden afgewezen en eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 4 juni 2026
Behorend bij AUA202601505 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[Eiseres 1],
[Eiseres 2],
beiden wonende in Aruba,
eiseressen,
gemachtigde: mr. R.P. Lee,
tegen:
[Gedaagde 1],
[Gedaagde 2],
[Gedaagde 3],
[Gedaagde 4],
[Gedaagde 5],
[Gedaagde 6],
[Gedaagde 7],
[Gedaagde 8],
[Gedaagde 9],
[Gedaagde 10],
[Gedaagde 11],
[Gedaagde 12],
[Gedaagde 13],
[Gedaagde 14],
[Gedaagde 15],
[Gedaagde 16],
[Gedaagde 17],
[Gedaagde 18],
[Gedaagde 19],
[Gedaagde 20],
[Gedaagde 21],
[Gedaagde 22],
[Gedaagde 23],
[Gedaagde 24],
[Gedaagde 25],
[Gedaagde 26],
[Gedaagde 27],
[Gedaagde 28],
[Gedaagde 29],
[Gedaagde 30],
[Gedaagde 31],
[Gedaagde 32],
[Gedaagde 33],
[Gedaagde 34],
[Gedaagde 35],
[Gedaagde 36],
[Gedaagde 37],
[Gedaagde 38],
[Gedaagde 39],
[Gedaagde 40],
[Gedaagde 41],
[Gedaagde 42],
wonende te Aruba of elders,
gedaagden,
hierna te noemen: de gedaagde deelgenoten,
gemachtigde: mr D.G. Croes,
43. [
[Notaris]],
notaris te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: de notaris,
gemachtigde: mr. A.C.G. Bikker.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
 het verzoekschrift, met producties, van 28 april 2026;
 de e-mail van [betrokkene 1] van 12 mei 2026;
 de producties zijdens de notaris;
 de producties zijdens de gedaagde deelgenoten;
 de twee e-mails met aanvullende producties zijdens eiseressen.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 21 mei 2026. Hierbij was mr. Lee aanwezig namens eiseressen. Alle gedaagde deelgenoten, van wie er dertien in persoon aanwezig waren, werden vertegenwoordigd door mr. Croes en mr. D.L. Emerencia. Voorts was de notaris aanwezig, met mr. Bikker. Partijen hebben hun standpunten (verder) toegelicht, mr. Emerencia en mr. Bikker aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd, en vragen van de rechter beantwoord.
1.3
Ter zitting is besproken dat eiseressen hun aanvullende producties hebben toegestuurd aan de notaris (hoewel deels buiten de daarvoor gestelde termijn) maar niet aan de gedaagde deelgenoten. De advocaat van eiseressen heeft toegelicht dat hij abusievelijk in de veronderstelling verkeerde dat mr. Bikker ook de gedaagde deelgenoten vertegenwoordigde. Namens de gedaagde deelgenoten is bezwaar gemaakt tegen de aanvullende producties. Namens de notaris is geen bezwaar gemaakt tegen de te laat ingediende producties. De rechter heeft daarop beslist dat de aanvullende producties van eiseressen worden toegelaten in de zaak tegen de notaris en dat deze worden geweigerd in de zaak tegen de gedaagde deelgenoten.
1.4
Ter zitting is namens eiseressen een aanhoudingsverzoek gedaan, omdat twee personen ten onrechte niet zijn opgeroepen en omdat mogelijk een nieuw bod op het perceel zal worden gedaan dat zij willen afwachten. De gedaagde deelgenoten en de notaris hebben zich gemotiveerd verzet tegen de verzochte aanhouding. De rechter heeft het aanhoudingsverzoek afgewezen op de grond dat de omissie met betrekking tot de oproeping is te wijten aan eiseressen en vanwege het (spoedeisende) karakter van een executiegeschil.
1.5
Tot slot is aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.DE FEITEN

2.1
Eiseressen en de gedaagde deelgenoten zijn erfgenamen van [betrokkene 2] (overleden op 24 februari 1968) en [betrokkene 3] (overleden op 19 juni 1981) (hierna gezamenlijk: erflaters). Daarnaast zijn ook [betrokkene 1] en [betrokkene 4] erfgenamen en zijn er mogelijk nog onbekende gerechtigden.
2.2
Tot de nalatenschap van erflaters behoort een perceel eigendomsgrond, groot 34.120 m2, gelegen te [locatie 1] in Aruba, kadastraal bekend als [kadastraal nummer] en plaatselijk bekend als [locatie 2] (hierna: het perceel).
2.3
De gedaagde deelgenoten hebben bij dit Gerecht een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt tegen onder meer eiseressen over de afwikkeling van de nalatenschap. De inzet van die procedure was de verkoop van het perceel aan een gegadigde partij voor Afl. 3,8 miljoen, waarmee alle (bekende) deelgenoten het eens waren behalve eiseressen. Bij vonnis van 22 april 2026, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is onder meer als volgt beslist:
“Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
5.1
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van alle voor de totstandkoming en uitvoering van de koopovereenkomst vereiste rechtshandelingen van [eiseres 1], [betrokkene 1], [betrokkene 4], [eiseres 2] en onbekende (mogelijke) gerechtigden tot de nalatenschap met betrekking tot het perceel eigendomsgrond gelegen in Aruba te [locatie 1], groot 34.120 m2, kadastraal bekend als [kadastraal nummer] en plaatselijk bekend als [locatie 2], waaronder begrepen de vereiste rechtshandelingen voor de levering van het perceel aan de koper daarvan ten overstaan van de notaris, dit alles indien en voorzover het perceel wordt verkocht en geleverd voor een bedrag van ten minste Afl. 3.800.000,-;”

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Eiseressen vorderen dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
de executie van het vonnis van 22 april 2026 schorst totdat de wilsbekwaamheid van alle deelgenoten is getoetst en noodzakelijke beschermingsmaatregelen zijn getroffen,
de notaris verbiedt de leveringsakte met betrekking tot het perceel te passeren, op straffe van een dwangsom van Afl. 550.000,-, en
een andere, onafhankelijke notaris aanwijst om de wilsbekwaamheid van alle deelgenoten te onderzoeken en de verkoop van het perceel verder af te handelen,
met veroordeling van gedaagden in de proceskosten.
3.2
De gedaagde deelgenoten en de notaris voeren ieder verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring van eiseressen dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling van eiseressen in de proceskosten.
3.3
Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader ingaan op de standpunten van partijen.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het spoedeisend belang van de vordering is niet weersproken en is voldoende gebleken.
4.2
De vordering ziet op de executie van het vonnis van 22 april 2026 (hierna: het vonnis) en is een executiegeschil in de zin van artikel 438 Rv Pro. In dat kader geldt als uitgangspunt dat de partij, aan wie de vordering bij - zoals hier het geval is - uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is toegewezen, bevoegd is tot tenuitvoerlegging van die veroordeling. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat inhoudelijke bezwaren tegen het veroordelende vonnis in een executiegeschil niet gehonoreerd kunnen worden (het mag geen verkapt hoger beroep zijn). Voor schorsing van de executie van een vonnis is slechts plaats indien tenuitvoerlegging misbruik van executiebevoegdheid oplevert. Daarvan kan sprake zijn als het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, of als ná het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk een noodtoestand voor de geëxecuteerde doen ontstaan, zodat onverwijlde tenuitvoerlegging onaanvaardbaar is.
Handelingsonbekwaamheid
4.3
Eiseressen hebben ten eerste naar voren gebracht dat zij hebben vernomen dat [gedaagde 17] (gedaagde onder 17) lijdt aan de ziekte van Alzheimer en dat [betrokkene 1] (niet opgeroepen in dit geding) een psychische aandoening heeft. Omdat zij mogelijk handelingsonbekwaam zijn, kunnen zij niet aan de levering van het perceel meewerken als geen curator of bewindvoerder is benoemd. Het vonnis is gewezen zonder dat het Gerecht hierover was geïnformeerd, aldus steeds eiseressen.
4.4
Eiseressen hebben niet toegelicht wat de juridische gevolgen zijn van hun stelling in het kader van dit executiegeschil. Het Gerecht stelt in ieder geval voorop dat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde 17] en [betrokkene 1] onder curatele of bewind zijn gesteld, zodat van handelingsonbekwaamheid geen sprake is. Ook is niet gebleken dat curatele of bewind is aangevraagd, door eiseressen (voor zover zij vallen binnen de kring bedoeld in artikel 1:379 of Pro 1:432 BW) of door anderen. Evenmin hebben eiseressen hun stelling dat [gedaagde 17] en [betrokkene 1] wilsonbekwaam zijn voorzien van feitelijke onderbouwing. Er zijn geen medische of andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij niet in staat zijn om zelfstandig beslissingen te nemen. Ook ter zitting is geen enkele toelichting gegeven waarom eiseressen menen of vermoeden dat zij daartoe niet in staat zijn. Een en ander wordt betwist door de gedaagde deelgenoten, en overigens ook uitvoerig door [betrokkene 1] die - hoewel abusievelijk niet door eiseressen in dit geding opgeroepen - een reactie aan het Gerecht heeft gestuurd. Voor zover eiseressen in dit verband menen dat het vonnis berust op een juridische of feitelijke misslag (in die zin dat geen redelijke twijfel kan bestaan over de evidente vergissing in het recht of de feiten, en dat aannemelijk is dat zonder die vergissing de beslissing ander zou uitpakken), is de onderbouwing daarvan hoe dan ook onvoldoende. Diezelfde conclusie geldt voor zover eiseressen bedoelen dat het gaat om nieuwe “feiten” die na het vonnis aan het licht zijn gekomen.
Hoger bod
4.5
Voorts stellen eiseressen dat zij een partij hebben gevonden die het perceel voor Afl. 6,2 miljoen wil kopen en dat er wordt onderhandeld met een andere partij die mogelijk meer dan Afl. 5 miljoen wil betalen. Executie van het vonnis tegen Afl. 3,8 miljoen levert volgens eiseressen mogelijk misbruik van recht op, aangezien de nalatenschap daarmee financieel wordt benadeeld.
4.6
Het Gerecht kan de stelling dat executie tegen een (volgens eiseressen) te lage prijs misbruik van executiebevoegdheid oplevert, niet volgen. Niet is gesteld of gebleken dat een lagere opbrengst zou leiden tot een noodtoestand bij eiseressen waardoor onverwijlde tenuitvoerlegging onaanvaardbaar is, zodat dit reeds hierom geen grond oplevert voor schorsing van de executie. Ten overvloede merkt het Gerecht op dat eiseressen ook hier de gestelde (nieuwe) feiten onvoldoende hebben onderbouwd. Het bod van Afl. 6,2 miljoen is niet overgelegd, maar alleen een e-mail van mr. Lee aan een persoon waarin wordt gevraagd of hij nog interesse heeft in het perceel (zonder een bedrag te noemen). Verder is er een
voicenotevan kennelijk een tussenpersoon, maar daaruit blijkt niet eens dat er onderhandelingen zijn begonnen. Enig concreet uitzicht op een hoger bod is dus niet aannemelijk gemaakt. Verder gaat het Gerecht voorbij aan de argumenten van eiseressen dat het bod van Afl. 3,8 miljoen te laag is en dat het taxatierapport uit 2022 niet kan worden gebruikt. Hierover is in het vonnis al geoordeeld en als eiseressen dit willen aanvechten, hadden zij hoger beroep moeten instellen. Daarvoor is in dit executiegeschil geen plaats.
Onherroepelijke volmacht
4.7
Vervolgens hebben eiseressen aangevoerd dat twee deelgenoten, [gedaagde 23] en [gedaagde 24] (gedaagden onder 23 en 24) hun volmacht aan de notaris voor de verkoop van het perceel voor Afl. 3,8 miljoen hebben ingetrokken, omdat zij menen dat het perceel voor een hoger bedrag kan worden verkocht. Zonder hun medewerking kan de overdracht niet plaatsvinden, aldus eiseressen.
4.8
De in het geding gebrachte brieven van [gedaagde 23] en [gedaagde 24] waarin zij aan de notaris schrijven hun volmacht voor verkoop van het perceel voor Afl. 3,8 miljoen in te trekken, dateren van 15 mei 2026 en dus van na het vonnis. Hun volmachten aan de notaris dateren van vóór het vonnis, zodat het Gerecht begrijpt dat eiseressen bedoelen dat het gaat om feiten die na het vonnis zijn voorgevallen. In de volmachten aan de notaris is opgenomen dat deze onherroepelijk zijn en niet eindigen door de dood of ondercuratelestelling van de volmachtgever, met verwijzing naar artikel 3:74 BW Pro. Het vierde lid van dat artikel bepaalt dat de rechter in eerste aanleg op verzoek van de volmachtgever het onherroepelijkheidsbeding wegens gewichtige redenen kan wijzigen of buiten werking stellen. Dat komt erop neer dat een onherroepelijke volmacht niet eenzijdig kan worden ingetrokken, maar dat daarvoor rechterlijke tussenkomst is vereist. Dat betekent dus dat de brieven van [gedaagde 23] en [gedaagde 24] geen effect hebben gehad. Zij hebben het Gerecht niet gevraagd om de onherroepelijkheid buiten werking te stellen, in deze zaak of in een aparte procedure, en hebben ook niet aangekondigd dit te zullen doen. In ieder geval is het op dit moment dus niet zo dat hun volmachten zijn aangetast, zodat de stelling dat deze zijn ingetrokken feitelijke grondslag mist. Een en ander nog daargelaten wat de juridische gevolgen zouden zijn indien dit wel het geval zou zijn geweest en of dit zou leiden tot misbruik van executiebevoegdheid, zoals eiseressen niet hebben toegelicht.
4.9
Overigens is het ook niet zo dat mr. Lee [gedaagde 23] en [gedaagde 24] in deze procedure vertegenwoordigt, zoals hij ter zitting verklaarde. Er is wel een opdrachtverlening van [gedaagde 23] en [gedaagde 24] aan mr. Lee d.d. 15 mei 2026 overgelegd, maar hij heeft zich in dit geding niet als hun advocaat gesteld. Hun advocaat mr. Croes heeft zich niet onttrokken; zij heeft ter zitting toegelicht dat zij helemaal niet was geïnformeerd dat deze twee cliënten naar mr. Lee wilden overstappen. Daaruit volgt dan ook dat de vorderingen in deze procedure niet namens [gedaagde 23] en [gedaagde 24] zijn ingesteld.
4.1
Andere feiten of omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven voor het oordeel dat executie van het vonnis misbruik van bevoegdheid zou opleveren, zijn gesteld noch gebleken. Dat betekent dat er geen aanleiding bestaat voor schorsing van de executie van het vonnis. De daartoe strekkende vordering moet worden afgewezen.
Notaris
4.11
Uit het voorgaande volgt dat de vordering om de notaris te verbieden om de leveringsakte te passeren, ook moet worden afgewezen. Het Gerecht vraagt zich af wat het doel is van deze vordering. Toewijzing van de vordering tot schorsing van executie heeft immers tot gevolg dat de leveringsakte niet wordt gepasseerd, zodat een verbod daartoe niets toevoegt. Afwijzing van de vordering tot schorsing heeft tot gevolg dat kan worden geëxecuteerd en dat een verbod dus niet toewijsbaar is – tenzij daaraan andere stellingen ten grondslag worden gelegd. Dat is in dit geval niet zo, deze vordering is namelijk in het geheel niet onderbouwd.
4.12
Tot slot vorderen eiseressen dat, kort gezegd, de notaris wordt vervangen. Zij voeren aan dat de notaris eiseressen niet erkent als mede-eigenaren en weigert hun inzage te geven in de transportakte en het verkoopdossier. Dit is in strijd met het vereiste van onpartijdigheid en daarom moet een nieuwe onafhankelijke notaris worden aangewezen om het dossier verder af te handelen, aldus eiseressen.
4.13
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de door de notaris overgelegde correspondentie tussen mr. Lee en de notaris van 17 tot 22 april 2026, die kennelijk ten grondslag ligt aan de verwijten van eiseressen. In de eerste brief van mr. Lee wordt (de kantoorgenoot van) de notaris verzocht eiseressen onder meer inzage te geven in de concepttransportakte en het volledige verkoopdossier. In deze brief staat verder dat de notaris persoonlijk aansprakelijk zal worden gesteld als na de verkoop van het perceel blijkt dat sprake is van een ABC-constructie en dat eiseressen dan aangifte bij de politie en een klacht bij de Raad van Toezicht op het Notariaat zullen overwegen. De brief besluit met de mededeling dat deze moet worden opgevat als een “formele waarschuwing” en dat de brief in kopie wordt gestuurd aan de procureur-generaal van het Openbaar Ministerie en aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. In de tweede brief van mr. Lee staat dat de door eiseressen vermoede ABC-constructie kan leiden tot schending van strafrechtelijke bepalingen (oplichting, valsheid in geschrifte en verduistering) en dat in dat geval de persoonlijke betrokkenheid van de notaris in het faciliteren daarvan onmiskenbaar zal zijn.
4.14
Het Gerecht hecht eraan te benadrukken dat deze wijze van bejegening door mr. Lee op zijn zachtst gezegd volstrekt ongepast is. Het uiten van dergelijke insinuaties zonder voldoende feitelijke grondslag (zoals bevestigd in het vonnis) met de opwerping van aansprakelijkstelling, aangifte en een klachtprocedure, meteen bij eerste contact en met kopie aan verschillende instanties, kan niet anders worden opgevat dan intimidatie in een kennelijke poging het doel van eiseressen te bereiken, namelijk het tegenhouden van de verkoop. De notaris heeft op beide brieven inhoudelijk gereageerd. Ten aanzien van de verzoeken is uitgelegd dat nog geen transportakte of concept daarvoor is opgesteld en is gevraagd om te specificeren welke stukken uit het verkoopdossier eiseressen willen inzien. Hierop is namens eiseressen geen reactie meer gekomen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat in deze procedure het standpunt wordt ingenomen dat de notaris partijdig is en zich weigerachtig opstelt en dat zij daarom moet worden vervangen. Hiervoor ziet het Gerecht geen enkele grond.
Conclusie en kosten
4.15
De conclusie is dat de vordering op alle onderdelen zal worden afgewezen.
4.16
Eiseressen zullen worden veroordeeld in de proceskosten aan de kant van de gedaagde deelgenoten en de notaris, die voor hen afzonderlijk worden begroot, bestaande uit het salaris van de gemachtigden.
4.17
Het Gerecht ziet aanleiding om af te wijken van het gebruikelijke daarvoor geldende tarief. Reden hiervoor is de gebrekkige wijze van procesvoering namens eiseressen, waarbij geen van de stellingen feitelijk is onderbouwd en de juridische duiding van de stellingen en de gevolgtrekking daaruit ontbreken. Het Gerecht heeft moeite een en ander te begrijpen en juridisch te plaatsen. Uit de omvang van de pleitaantekeningen van de gemachtigden van de gedaagde deelgenoten en de notaris (in beide gevallen een veelvoud van het verzoekschrift dat effectief iets meer dan één pagina telt) en de inhoud daarvan, maakt het Gerecht op dat (ook) het voeren van verweer veel inspanning heeft gekost. Het gebruikelijke tarief voor gemachtigdensalaris zal daarom worden verdubbeld. Eiseressen zullen aldus worden veroordeeld tot betaling van Afl. 3.000,- aan de gedaagde deelgenoten en Afl. 3.000,- aan de notaris.

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
 wijst het gevorderde af;
 veroordeelt eiseressen in de kosten van de procedure aan de kant van de gedaagde deelgenoten en aan de kant van de notaris, die tot de datum van uitspraak voor hen afzonderlijk worden begroot op Afl. 3.000,- aan gemachtigdensalaris;
 verklaart het vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2026, in aanwezigheid van de griffier.