ECLI:NL:OGEAA:2026:168

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
AUA202404506 AR
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 214 Rv ArubaArt. 475 RvArt. 477b lid 3 RvArt. 34 Procesreglement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tussenkomst Veolia in civiele procedure over betalingsverplichtingen

In deze civiele procedure tussen Albo Aruba N.V. en Water- en Energiebedrijf Aruba (W.E.B.) N.V. heeft Veolia Water Solutions & Technologies North America Inc. zich gemeld als tussenkomende partij na een incidenteel vonnis. Veolia heeft een voorwaardelijke conclusie tot tussenkomst ingediend, met een eis in reconventie gericht op de vaststelling van haar betalingsverplichtingen in het kader van een eerder vonnis van 5 december 2023.

Het Gerecht heeft geoordeeld dat de tussenkomst van Veolia toelaatbaar is, mede omdat Albo en W.E.B. geen bezwaar maken. De eis in reconventie van Veolia betreft de uitleg van het vonnis en de vermindering van het uitvoerbare bedrag op basis van een eerdere schikking. Het Gerecht heeft besloten dat Veolia mag tussenkomen en dat de proceskosten door partijen voor eigen rekening worden genomen.

Verder is een comparitie van partijen in de hoofdzaak vastgesteld op 5 juni 2026, waarbij Albo een conclusie van antwoord in reconventie mag indienen. Het Gerecht zal na deze comparitie beoordelen of verdere processtukken nodig zijn en of een schikking mogelijk is. De uitspraak is gedaan tijdens een openbare terechtzitting op 29 april 2026.

Uitkomst: Veolia wordt toegelaten als tussenkomende partij en een comparitie van partijen wordt vastgesteld, met proceskosten voor eigen rekening.

Uitspraak

Vonnis van 29 april 2026
Behorend bij A.R. AUA202404506 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
ALBO ARUBA N.V.,
te Aruba,
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
hierna ook te noemen: Albo
gemachtigde: mr. M.A. Kock,
tegen:
WATER- EN ENERGIEBEDRIJF ARUBA (W.E.B.) N.V.,
te Aruba,
gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
hierna ook te noemen: WEB,
gemachtigde: mr. E.H.J. Martis
met als tussenkomende partij:
VEOLIA WATER SOLUTIONS & TECHNOLOGIES NORTH AMERICA INC.,
te Pennsylvania (Verenigde Staten van Amerika),
partij in de hoofdzaak, verzoekster in het incident,
hierna ook te noemen: Veolia,
gemachtigde: mr. M.R.B. Gorsira.

1.DE PROCEDURE

1.1
Na het incidentele vonnis van 20 augustus 2025 is Veolia in de procedure verschenen als geëxecuteerde partij (artikel 477b lid 3 Rv). Zij heeft een conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie tegens houdende een voorwaardelijke conclusie tot tussenkomst ex artikel 217 Rv Pro [1] ingediend. Daarna hebben Albo en WEB ieder een conclusie van antwoord in het incident ingediend.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2.DE BEOORDELING

2.1
Veolia verzoekt haar toe te laten als tussenkomende partij. Daar hebben Albo en Aruba geen bezwaar tegen en het Gerecht evenmin. De tussenkomst is dus in principe toewijsbaar.
2.2
Het verzoek van Veolia is voorwaardelijk gedaan, namelijk voor het geval het Gerecht haar niet zou toestaan om een eis in reconventie in te dienen wegens het bijzondere karakter van deze verklaringsprocedure.
2.3
De eis in reconventie van Veolia ziet erop dat voor recht wordt verklaard dat het vonnis van 5 december 2023 slechts door Albo ten uitvoer mag worden gelegd ten laste van Veolia voor een bedrag gelijk aan het toegewezen bedrag verminderd met de als gevolg van de op 18 oktober 2016 tussen Albo en [betrokkene] gesloten schikking door [betrokkene] prijsgegeven vorderingen, dat voor recht wordt verklaard dat de veroordelingen in dit vonnis zien op enkelvoudige rente en dat Veolia al heeft voldaan aan al haar betalingsverplichtingen.
2.4
Aldus ziet de eis in reconventie uitsluitend op de vaststelling van de betalingsverplichting in het kader van artikel 475 e.v. Rv. Dat acht het Gerecht toelaatbaar maar desalniettemin zal het Gerecht ook beslissen dat Veolia tussenkomt om dat buiten twijfel te stellen. Het Gerecht beslist dat de proceskosten in het incident door partijen voor eigen rekening moeten worden gehouden.
2.5
Het Gerecht ziet aanleiding om een comparitie van partijen in de hoofdzaak te bepalen. Daarvoor geldt dat de conclusie van antwoord in reconventie van Albo conform artikel 34 Procesreglement Pro kan worden ingediend. Met de comparitie beoogt het Gerecht dat daarna geen verdere processtukken meer hoeven te worden ingediend en aansluitend vonnis kan worden gewezen. Natuurlijk zal het Gerecht ook bekijken of er een schikking mogelijk is.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
In het incident:
staat aan Veolia toe om tussen te komen in de hoofdzaak,
bepaalt dat partijen de proceskosten voor eigen rekening moeten houden,
In de hoofdzaak:
bepaalt dat Albo een conclusie van antwoord in reconventie mag indienen,
bepaalt een comparitie van partijen op vrijdag 5 juni 2026 om 09.30 uur,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Moet zijn: artikel 214 Rv Pro Aruba.