ECLI:NL:OGEAA:2026:183
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur hoger beroep tegen huurovereenkomst
Appellant huurt sinds januari 2024 een woning van CLW Management Services N.V. tegen een maandelijkse huurprijs. CLW heeft in februari 2026 bij de Huurcommissie een verzoek ingediend tot toestemming voor opzegging van de huurovereenkomst vanwege huurachterstand.
De Huurcommissie heeft bij tussenbeschikking van 10 april 2026 appellant in de gelegenheid gesteld de huurachterstand binnen twee maanden te voldoen, waarna CLW moest melden of aan deze voorwaarden was voldaan. De Huurcommissie heeft nog geen definitieve beslissing genomen over het verzoek tot beëindiging van de huurovereenkomst.
Appellant stelde dat er geen huurachterstand was en vorderde vergoeding voor onderhoudskosten. CLW verzocht appellant niet-ontvankelijk te verklaren. Het Gerecht oordeelde dat het beroep prematuur was omdat de Huurcommissie nog geen eindbeslissing had genomen, waardoor appellant niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het Gerecht legde geen proceskostenveroordeling op, mede omdat de Huurcommissie onjuist had vermeld dat hoger beroep mogelijk was, waardoor appellant niet kan worden verweten dat hij beroep instelde.
De beschikking werd uitgesproken op 8 juli 2026 door rechter A.J.J. van Rijen.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens prematuur beroep omdat de Huurcommissie nog geen definitieve beslissing heeft genomen.