Uitspraak
[minderjarige 1],
[minderjarige 2]en
[minderjarige 3],
1.DE PROCEDURE
- het deskundigenbericht van 20 oktober 2025,
- de reactie op het deskundigenbericht van [eiseres],
- de conclusie na deskundigenrapport van het Land,
- de antwoordconclusie na deskundigenrapport van [eiseres].
2.DE BEOORDELING
“(zeer vermoedelijk)”[eiseres] op 23 oktober 2018 bij de balie van Censo is langs geweest. Dat leidt DWJZ af uit het feit dat haar gegevens en die van [echtgenoot van eiseres] op die datum door een baliemedewerker zijn geraadpleegd en op dezelfde datum hij is uitgeschreven. Daarna is het onderzoeksdossier op 5 november 2018 afgesloten. Het staat dus niet vast dat [eiseres] op die datum bij Censo is geweest omdat “zeer vermoedelijk” geen zekerheid verschaft. Temeer omdat er geen mutatie met een korte inhoud van het gesprek aan het dossier is toegevoegd. Evenmin is er een brief aan [echtgenoot van eiseres] c.q. [eiseres] gezonden waarin staat dat hij ambtshalve zal worden uitgeschreven. Het Gerecht kan er dus niet van uitgaan dat een beschikking aan hem c.q. [eiseres] kenbaar is gemaakt. Evenmin dat [echtgenoot van eiseres] en [eiseres] op de hoogte waren van de mogelijkheid in bezwaar hiertegen te gaan.
“indien blijkt, dat de afschrijving ten onrechte heeft plaatsgehad, op hun blote verklaring opnieuw in het register [worden] ingeschreven.”Daaruit volgt dus dat als [echtgenoot van eiseres] tijdens zijn ziekteperiode zou zijn teruggekeerd, hij opnieuw zou zijn ingeschreven en weer verzekerd zou zijn op grond van de AZV. Als hij daarna op Aruba zou zijn gestorven zouden [eiseres] en de kinderen wél hun aanspraken op grond van de AWW geldend hebben kunnen maken. Daaruit volgt dat het bevolkingsregister vooral ziet, zoals de deskundige ook rapporteert, op het actueel houden van zijn registers en niet dat er verdergaande consequenties door de (besluit)wetgever zijn beoogd zoals het vervallen van sociale uitkeringen.