Eiseres heeft verzet ingesteld tegen een verstekvonnis, maar het verzetschrift werd ingediend na de wettelijke termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. Trading voerde aan dat het verzet te laat was, omdat het vonnis op 21 november 2024 aan eiseres was betekend via een exploot dat dwingende bewijskracht heeft.
Eiseres stelde dat zij pas op 4 december 2024 kennis had genomen van het vonnis, maar dit verweer werd verworpen omdat zij geen tegenbewijs leverde tegen de inhoud van het betekeningsexploot. Er was geen betwisting van de feitelijke betekening aan haar moeder op het woonadres.
Het gerecht verklaarde daarom het verzet niet-ontvankelijk en veroordeelde eiseres in de proceskosten. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.