Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.STANDPUNTEN PARTIJEN
5.BEOORDELING VAN HET GESCHIL
6.BESLISSING
- verklaart het beroep met betrekking tot de winstbelasting 2008 en 2009 niet ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd op Bonaire, kocht in 2005 een perceel grond waarop zij tussen 2006 en 2008 een appartementencomplex bouwde met het doel deze te verkopen. Belanghebbende vroeg in 2007 om toepassing van de tax-holidayfaciliteit, maar de Inspecteur wees dit verzoek in 2014 af. Belanghebbende tekende bezwaar en beroep aan tegen deze afwijzing en tegen naheffingsaanslagen winstbelasting over 2008 en 2009.
Het Gerecht oordeelde dat het beroep tegen de naheffingsaanslagen niet ontvankelijk was vanwege het te laat indienen van het beroep, ondanks het betoog van belanghebbende dat zij pas later kennis had genomen van de uitspraak op bezwaar. Het beroep tegen de afwijzing van het tax-holidayverzoek werd wel ontvankelijk verklaard, maar inhoudelijk ongegrond. Het Gerecht stelde vast dat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden voor de tax-holiday, omdat zij geen exploitatie van het appartementencomplex voerde en geen vijf Antilliaanse werknemers in dienst had.
Verder werd geoordeeld dat de vermeende toezegging van de Minister van Economische Zaken niet tot rechtsgeldig vertrouwen kon leiden omdat deze niet bevoegd was om de toezegging zelfstandig te doen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat andere gevallen gelijk waren. Ten slotte werd het verzoek om schadevergoeding wegens lange behandelingstermijn afgewezen omdat de redelijke termijn niet was overschreden.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen winstbelasting 2008 en 2009 is niet ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van het tax-holidayverzoek wordt ongegrond verklaard.