Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
“de waarde is bepaald als ware het een perceel eigendomsgrond”. Het betreft een waardering
“ter ondersteuning van bezwaarschrift aangaande de waardering door de belastingdienst”.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, houder van het erfpachtrecht op een perceel grond te Bonaire, betwistte de door de Inspecteur vastgestelde waarde van $209.790 per 1 januari 2011 voor de vastgoedbelasting. De Inspecteur baseerde deze waarde op de volle eigendomswaarde, waarbij referentiepercelen werden gebruikt die volgens belanghebbende niet vergelijkbaar waren vanwege grootte en ligging.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur haar stelling onvoldoende aannemelijk had gemaakt. De referentiepercelen waren kleiner, beter gelegen en ontwikkelde grond, terwijl het betwiste perceel braakliggend was en bestemd voor een resort. Het principe van afnemend grensnut werd toegepast, waardoor grotere percelen minder waard zijn per m2. De Inspecteur kon niet aannemelijk maken dat splitsing van het perceel mogelijk was.
Belanghebbende onderbouwde haar standpunt met een taxatierapport van een deskundige, waarin de waarde van het perceel werd vastgesteld op $120.000. Het Gerecht hechtte aan deze deskundige waardering doorslaggevende betekenis, omdat de Inspecteur geen feiten aanvoerde om deze te ontkrachten.
Het beroep werd gegrond verklaard, de waarde van het perceel vastgesteld op $120.000, en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van $391 aan belanghebbende. Vergoeding van taxatiekosten werd afgewezen omdat deze niet in de wettelijke opsomming van vergoedbare kosten voorkomen.
Uitkomst: De waarde van de erfpachtgrond wordt vastgesteld op $120.000 en de Inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.