Uitspraak
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, eigenaar van drie appartementsrechten in een hotelcomplex op Bonaire, maakte bezwaar tegen een aanslag vastgoedbelasting over 2016. De aanslag bedroeg USD 2.655 op basis van een waarde van USD 330.000. Belanghebbende stelde dat zijn onroerende zaken zelfstandige woningen zijn in de zin van artikel 4.10, lid 1 BBES, waardoor een belastingvrije voet van USD 70.000 per woning zou gelden. Subsidiair voerde hij aan dat het hoteltarief van 10% van toepassing zou zijn.
Het Gerecht stelde vast dat de onroerende zaken niet beschikken over een vaste keukenvoorziening, een essentieel kenmerk van zelfstandige woningen volgens de wet. Dit werd bevestigd door eerdere descente en feitelijke constatering dat de oorspronkelijke keukenvoorziening was verwijderd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat andere onroerende zaken met keukens niet vergelijkbaar zijn.
Ook het subsidiaire beroep op het hoteltarief faalde omdat de appartementsrechten niet als een zelfstandig hotel kwalificeren. De stelling dat Plaza, eigenaar van meer dan de helft van de appartementsrechten, wel het hoteltarief geniet werd als tardief beschouwd en buiten beschouwing gelaten.
Het Gerecht verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag vastgoedbelasting. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 17 januari 2019. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vastgoedbelasting wordt ongegrond verklaard.