Uitspraak
VONNIS
[naam],
de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden,
De procedure
- het tussenvonnis van 26 januari 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte aan de zijde van [eiser] van 23 februari 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Een advocaat gevestigd op Bonaire vorderde dat hij de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad zou moeten kunnen verkrijgen zonder te voldoen aan de inschrijvingseis van de Advocatenwet die geldt voor advocaten in Europees Nederland. Hij stelde dat deze eis discriminerend is en in strijd met artikel 1 van Pro de Grondwet, omdat Bonaire sinds 2010 onderdeel is van Nederland en er geen specifieke regeling is die deze eis voor het Caribische deel uitsluit.
De Staat betwistte dit en stelde dat de Advocatenwet niet van toepassing is op Bonaire, maar dat de Advocatenwet BES geldt, waarin permanente scholingseisen en toezicht ontbreken. Hierdoor is het gerechtvaardigd dat de eis van inschrijving op het tableau wordt gesteld om de kwaliteit en het toezicht te waarborgen. Het gerecht oordeelde dat het onderscheid niet discriminerend is omdat het gebaseerd is op objectieve verschillen zoals toezicht en opleiding.
Verder overwoog het gerecht dat de rechter geen formele toetsing aan de Grondwet kan doen van de Advocatenwet, en dat artikel 9j van de Advocatenwet stilzwijgend rekening houdt met bijzondere omstandigheden voor advocaten in Caribisch Nederland. De vordering werd afgewezen en de eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de advocaat wordt afgewezen wegens gerechtvaardigd onderscheid in inschrijvingseisen en geen sprake van discriminatie.