ECLI:NL:OGEABES:2024:6

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 januari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
BON202300542
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Rv BESProcesreglement 2023 voor civiele zaken in eerste aanleg en in hoger beroep Gemeenschappelijk Hof van Justitie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis correctie gemachtigdensalaris in kort geding huurzaak

In deze kortgedingprocedure tussen een verhuurster en huurders heeft het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 10 januari 2024 een herstelvonnis uitgesproken. Dit herstelvonnis betreft een correctie op het vonnis van 22 december 2023, waarin ten onrechte een bedrag voor gemachtigdensalaris aan de huurders werd opgelegd.

De gemachtigde van de huurders had verzocht om verbetering van het vonnis, omdat de gemachtigde van de verhuurster geen advocaat of deurwaarder was en daarom geen recht had op gemachtigdensalaris. De verhuurster stelde daartegenover dat zij wel advocaatkosten had gemaakt, maar deze advocaat trad niet op als gemachtigde in de procedure.

Het gerecht oordeelde dat het procesreglement BES voorschrijft dat gemachtigdensalaris alleen kan worden geliquideerd voor beroepsmatig optredende gemachtigden zoals advocaten, deurwaarders en zaakwaarnemers. Omdat de gemachtigde van de verhuurster niet tot deze categorie behoorde, werd het bedrag voor het gemachtigdensalaris uit het vonnis verwijderd en het totale proceskostenbedrag aangepast. Het vonnis van 22 december 2023 werd voor het overige gehandhaafd.

Uitkomst: Het gerecht verwijderde het gemachtigdensalaris uit het vonnis en paste het proceskostenbedrag aan.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202300542
Datum uitspraak: 10 januari 2024
HERSTELVONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[EISERES],
wonende te Nederland,
eiseres, hierna ook: verhuurster,
gemachtigde: [naam vertegenwoordiger].
tegen

1.[GEDAAGDE 1],

2.
[GEDAAGDE 2],
wonende te Bonaire,
gedaagden, hierna respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2]
en gezamenlijk: huurders,
gemachtigde A.T.C. Nicolaas.

1.De procedure en de standpunten

1.1.
Bij e-mail van 22 december 2023 heeft de gemachtigde van huurders (op grond van artikel 66 Rv Pro BES) verzocht om verbetering van het op diezelfde datum in deze zaak gewezen vonnis, nu huurders daarin volgens hem ten onrechte zijn veroordeeld om gemachtigdensalaris te betalen, aangezien de gemachtigde van verhuurster geen advocaat of deurwaarder is.
1.2.
Verhuurster heeft zich bij e-mail van haar gemachtigde van 22 december 2023 tegen verbetering van het vonnis van 22 december 2023 verzet, aangezien verhuurster in het kader van de voorbereiding van deze zaak volgens hem wel degelijk advocaatkosten heeft moeten maken.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
In r.o. 4.11. van het vonnis van 22 december 2023 heeft het gerecht, recht doende in kort geding, gemachtigdensalaris geliquideerd, hetgeen doorwerkt in het bedrag van de veroordeling van huurders in de betaling van de proceskosten in het dictum van het vonnis van 22 december 2023. Dit is een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens het ‘Procesreglement 2023 voor civiele zaken in eerste aanleg en in hoger beroep’ van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie wordt gemachtigdensalaris alleen geliquideerd voor beroepsmatig optredende gemachtigden, dus alleen voor advocaten, deurwaarders en zaakwaarnemers. In dit geval is er geen sprake van een beroepsmatig optredende gemachtigde. De heer [naam vertegenwoordiger] is geen advocaat, deurwaarder of zaakwaarnemer en de advocaat waar verhuurster kosten voor heeft gemaakt, trad niet op als gemachtigde in deze procedure. Het gerecht zal het vonnis dan ook verbeteren zoals hieronder in de beslissing weergegeven.

3.De beslissing

Het gerecht, recht doende in kort geding,
3.1.
wijzigt het vonnis van 22 december 2023 aldus dat in r.o. 4.11. de tekst ‘salaris gemachtigde USD 559,00’ komt te vervallen en dat in r.o. 4.11. en in het dictum onder 5.4. van het vonnis van 22 december 2023 het bedrag ‘USD 946,58’ wordt vervangen door ‘USD 387,58’,
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum
10 januari 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 22 december 2023,
3.3.
handhaaft het vonnis van 22 december 2023 voor het overige.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter en uitgesproken op 10 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.