De vrouw verzoekt het gerecht om vast te stellen dat de man de biologische vader is van haar kind, geboren in 2018 in Aruba. De geboorte werd destijds erkend door een andere partner, maar DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat deze partner niet de biologische vader is. De erkenning door die partner is door het gerecht vernietigd.
De man betwist het vaderschap, maar heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij de biologische vader is. Het gerecht stelt vast dat de man en vrouw elkaar in de conceptieperiode hebben ontmoet en seksueel contact hadden. De man gaf aan te dronken te zijn om zich te herinneren of hij het kind verwekt heeft, wat het gerecht onvoldoende acht als betwisting.
Het gerecht verwijst naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en jurisprudentie van het Europees Hof die het belang van het kind op kennis van zijn afstamming benadrukken. Het belang van het kind weegt zwaarder dan het belang van de man om informatie te weigeren.
Daarom wordt de man toegelaten tot het leveren van overtuigend tegenbewijs, bijvoorbeeld DNA-onderzoek, binnen een termijn van drie maanden. Indien de man geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, zal het gerecht zonder nadere zitting een eindbeschikking wijzen.
De vrouw zal medewerking verlenen aan het DNA-onderzoek. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het tegenbewijs is geleverd of de termijn is verstreken.