ECLI:NL:OGEAC:2011:BQ4464
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging civielrechtelijke overeenkomst korpschef Curaçao na pensioengerechtigde leeftijd
De eiser was tot 31 december 2010 korpschef bij het Korps Politie Curaçao en ging toen met pensioen. Het Land sloot met hem een civielrechtelijke overeenkomst voor twee jaar, ingaande 1 januari 2011, om hem als korpschef aan te stellen. De Minister van Justitie zegde deze overeenkomst op met een opzegtermijn van drie maanden, omdat volgens hem een civielrechtelijke dienstbetrekking voor deze functie juridisch niet mogelijk is.
De eiser vorderde een verklaring voor recht dat sprake was van een voortgezette dienstbetrekking en dat de opzegging nietig was, dan wel kennelijk onredelijk en onrechtmatig. Het Land voerde verweer dat de civielrechtelijke overeenkomst rechtsgeldig was opgezegd en dat arbeidsrechtelijke bepalingen niet van toepassing waren.
Het gerecht oordeelde dat de civielrechtelijke overeenkomst geen voortzetting van een ambtelijke dienstbetrekking was en dat het Land de overeenkomst terecht heeft opgezegd op grond van de geldende regelgeving, waaronder artikel 1613x BW en de Politieregeling. Er was geen sprake van misbruik van bevoegdheid. Wel werd het Land veroordeeld tot betaling van loon over de opzegtermijn van drie maanden met wettelijke rente.
De vordering tot erkenning van een voortgezette dienstbetrekking en schadevergoeding werd afgewezen. De proceskosten werden tussen partijen verrekend. De uitspraak bevestigt dat civielrechtelijke overeenkomsten met overheidsfunctionarissen strikt moeten voldoen aan wettelijke benoemingsregels.
Uitkomst: Het Land heeft de civielrechtelijke overeenkomst terecht opgezegd en is veroordeeld tot betaling van loon over de opzegtermijn van drie maanden.