ECLI:NL:OGEAC:2014:9
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken bestuursorgaan bij ontslag Girobank bestuurder
Verzoeker was bestuurder en werknemer van Girobank. Na inwerkingtreding van een noodregeling door de Centrale Bank legde verzoeker zijn bestuurdersfunctie neer, maar bleef hij werknemer onder een arbeidscontract. De Centrale Bank zegde vervolgens het arbeidscontract op met een brief die volgens verzoeker een bestuursrechtelijke beschikking was.
Het Gerecht onderzocht of deze brief kwalificeert als een beschikking in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Uit de wet blijkt dat de Centrale Bank bij de noodregeling de bevoegdheden van bestuurders overneemt, maar het ontslag van bestuurders betreft. Omdat verzoeker zijn bestuurdersfunctie had neergelegd, ging het om opzegging van een civielrechtelijk arbeidscontract.
Het Gerecht concludeerde dat de Centrale Bank bij het ontslagbesluit optrad als bestuurder van Girobank en niet als bestuursorgaan. De brief was daarmee een privaatrechtelijke handeling en geen beschikking. Daarom was het Gerecht niet bevoegd om voorlopige voorzieningen te treffen en wees het verzoek af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de opzegging van het arbeidscontract wordt afgewezen omdat de brief geen bestuursrechtelijke beschikking is.