ECLI:NL:OGEAC:2016:106
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens grensoverschrijdend gedrag en werkweigering bevestigd
De werknemer was sinds 2009 als zelfstandig kok in dienst bij de werkgever. Gedurende het dienstverband kreeg de werknemer meerdere officiële waarschuwingen wegens disrespect en het niet opvolgen van orders. Op 29 januari 2016 werd de werknemer op staande voet ontslagen vanwege een hevige discussie met een collega, waarbij geschreeuwd en bedreigende taal werd gebruikt, en het weigeren om het werk te hervatten.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. De werkgever onderbouwde het ontslag met verklaringen van vier getuigen die het incident bevestigden. Het Gerecht stelde vast dat het incident zich zoals beschreven had voorgedaan en dat het gedrag van de werknemer grensoverschrijdend was.
Gezien de aard van het incident, de klachten van klanten en de eerdere waarschuwingen, oordeelde het Gerecht dat er sprake was van dringende redenen voor ontslag op staande voet. Het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag en doorbetaling van loon werd afgewezen.
Daarnaast verzocht de werkgever voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2016 indien het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig zou zijn. Het Gerecht oordeelde dat de arbeidsverhouding duurzaam verstoord was en stemde in met deze ontbinding zonder vergoeding aan de werknemer. De proceskosten werden verdeeld: werknemer veroordeeld in proceskosten werkgever, overige kosten ieder voor eigen rekening.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig verklaard en het verzoek tot loonbetaling afgewezen.