ECLI:NL:OGEAC:2016:111
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenproportionaliteit verzuimboete wegens te late betaling winstbelasting
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te Curaçao, heeft de winstbelasting over 2012 te laat betaald. De Inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag van Naf. 1.812 op met een verzuimboete van Naf. 500 wegens het niet tijdig betalen. Belanghebbende voerde aan dat de boete buitenproportioneel was, omdat de aangifte tijdig was gedaan, de betaling slechts negen dagen te laat was en het bedrag relatief gering.
Het Gerecht stelde vast dat de Inspecteur de boete had opgelegd conform het boetebeleid uit de Ministeriële regeling formeel belastingrecht, waarbij rekening werd gehouden met een tweede verzuim binnen vier belastingjaren. De boete van Naf. 500 is het minimum bij een tweede verzuim en bedraagt 10% van de naheffingsaanslag.
De rechtbank oordeelde dat de boete passend en geboden is en dat de omstandigheden van belanghebbende niet leiden tot een buitenproportionele boete. Andere aangevoerde punten die niet betrekking hadden op de hoogte van de boete of aanslag werden buiten beschouwing gelaten. Het beroep tegen de naheffingsaanslag werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de boete ongegrond.
De uitspraak werd gedaan op 31 oktober 2016 door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarbij hoger beroep mogelijk is binnen twee maanden na toezending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van Naf. 500 wegens te late betaling winstbelasting wordt ongegrond verklaard.