ECLI:NL:OGEAC:2016:152
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep en proceskostenvergoeding in omzetbelastingzaak
Belanghebbende kreeg op 28 februari 2014 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor het jaar 2012. Hiertegen werd tijdig bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur handhaafde de aanslag op 19 september 2014. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Tijdens de procedure werd abusievelijk een verkeerde oproeping verstuurd, waarna partijen schriftelijk toestemming gaven om de mondelinge behandeling achterwege te laten.
In de beroepsfase heeft de Inspecteur het bezwaar van belanghebbende alsnog gehonoreerd en de aanslag vernietigd, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. Belanghebbende verzocht om vergoeding van proceskosten omdat zij van mening was onterecht als ondernemer te zijn aangemerkt en kosten had gemaakt voor deskundige bijstand.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende recht heeft op toepassing van het gunstiger overgangsrecht inzake proceskostenvergoeding volgens artikel 15 van Pro de Landsverordening op het beroep in belastingzaken. De hoogte van de vergoeding werd vastgesteld op Naf. 700, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij geen bijzondere omstandigheden tot afwijking van de forfaitaire berekening werden aangetroffen.
Het Gerecht verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde de Inspecteur tot betaling van de proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat schriftelijk verzet open binnen twee maanden na toezending.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de Inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van Naf. 700.