Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
Naf. 448
Naf. 2.708-/-
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, ingezetene van Curaçao, ontving in 2010 een pensioenuitkering van het ABP uit Nederland en een uitkering van de SVB Curaçao. De Inspecteur stelde aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ vast, waarbij een verzuimboete werd opgelegd. Belanghebbende betwistte de aanslagen en voerde aan dat het ABP-pensioen in Nederland al was belast en vrijgesteld moest worden in Curaçao.
Het Gerecht stelde vast dat het ABP-pensioen volgens de Landsverordening op de Inkomstenbelasting als inkomsten uit vroegere arbeid moet worden belast in Curaçao. Omdat Nederland het heffingsrecht heeft, leidt dit tot dubbele belasting, die wordt voorkomen door een belastingvermindering op grond van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK). De Inspecteur heeft deze vermindering correct toegepast.
Ook de premieheffing voor de AVBZ is terecht vastgesteld, aangezien belanghebbende premieplichtig is in Curaçao en de in Nederland ingehouden loonheffing geen voorheffing op de AVBZ-premie is. Hoewel de uitspraken op bezwaar onvoldoende zijn gemotiveerd, leidt dit niet tot vernietiging van de aanslagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ zijn correct vastgesteld.