Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
2.708-/-
6.908 -/-
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, ingezetene van Curaçao, was het niet eens met de door de Inspecteur opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ over het jaar 2010. Hij ontving een Nederlands ABP-pensioen, een Nederlandse AOW-uitkering en een Curaçaose AOV-uitkering. De Inspecteur had het belastbaar inkomen vastgesteld en aftrek ter voorkoming van dubbele belasting toegepast voor het ABP-pensioen.
Na bezwaar en beroep oordeelt het Gerecht dat belanghebbende als ingezetene van Curaçao belast wordt over zijn wereldinkomen, waaronder het ABP-pensioen, de AOW- en AOV-uitkeringen. De Curaçaose AOV-uitkering is uitsluitend in Curaçao belast, terwijl Nederland de heffing over het ABP-pensioen toekomt. Voor de AOW-uitkering is Nederland verplicht aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te verlenen, maar dit is niet gebeurd; dit leidt echter niet tot vrijstelling in Curaçao.
Het Gerecht bevestigt dat de Inspecteur de aanslagen correct heeft vastgesteld volgens de geldende regels, inclusief de premieheffing voor de AVBZ. De stelling van belanghebbende dat hij geen premieplicht heeft vanwege een ondertekend formulier bij de verblijfsvergunning wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ wordt ongegrond verklaard.