Belanghebbende, exploitant van een apotheek, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AVBZ voor de jaren 2009-2011, inclusief vergrijpboeten. De Inspecteur stelde dat betalingen aan apotheker waarnemers als loon moesten worden beschouwd vanwege een dienstbetrekking.
Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de waarnemers zelfstandige ondernemers zijn die factureren voor hun diensten. Tevens klaagde zij over schending van de hoorplicht in de bezwaarprocedure. Het Gerecht constateerde dat de waarnemers geen ondernemersrisico liepen en dat er een gezagsverhouding bestond, waardoor sprake was van dienstbetrekking.
De Inspecteur liet de boeten met betrekking tot de waarnemers vallen en paste het boetepercentage voor de overige naheffingen aan. Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond vanwege de schending van de hoorplicht, maar handhaafde de naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AVBZ. De boetebeschikkingen werden verminderd en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.