ECLI:NL:OGEAC:2017:185
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening na onduidelijke uitspraak op bezwaar
Belanghebbende kreeg op 17 april 2014 aanslagen inkomstenbelasting en premie AOV/AWW opgelegd over 2012. Op 22 mei 2014 kwam hij in bezwaar tegen deze aanslagen. De Inspecteur deed op 14 november 2014 uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslagen. Belanghebbende diende echter pas op 7 april 2015 beroep in tegen deze uitspraken, waarbij het griffierecht werd betaald.
De Inspecteur diende op 28 november 2017 een verweerschrift in. Tijdens een zitting op 1 december 2017 verschenen partijen en werden inlichtingen verstrekt. Het Gerecht stelde vast dat het beroep niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden na de uitspraak op bezwaar was ingediend, zoals vereist volgens artikel 31, lid 1, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen.
Belanghebbende voerde aan dat de onduidelijkheid over de uitspraak op bezwaar hem verhinderde tijdig beroep in te dienen, omdat hij dacht dat zijn bezwaren geheel waren gehonoreerd. Het Gerecht oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheid is die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Het is de verantwoordelijkheid van belanghebbende om bij onduidelijkheid tijdig beroep in te dienen.
Daarom verklaarde het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk op de zaak in. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen twee maanden na toezending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden.