Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNT PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET GESCHIL
5.DE BESLISSING
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de boete en bepaalt dat de rechtsgevolgen in stand blijven.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een advocatenpraktijk opgericht in 2003, diende haar winstbelastingaangifte over 2011 te laat in, waarop de Inspecteur een naheffingsaanslag en een verzuimboete oplegde. Belanghebbende stelde dat de boete onterecht was vanwege schending van de hoorplicht, het uitblijven van een aanmaning, schending van beginselen van behoorlijk bestuur en disproportionaliteit.
Het Gerecht oordeelde dat de hoorplicht van artikel 30, vierde lid van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) was geschonden omdat belanghebbende pas na de uitspraak op bezwaar werd gehoord. Dit maakte het beroep gegrond. Desondanks zag het Gerecht geen reden om de zaak terug te verwijzen omdat belanghebbende alsnog is gehoord.
De Inspecteur was bevoegd de boete op te leggen omdat de aangifte te laat was ingediend en het verzoek om uitstel was afgewezen. De boete was gebaseerd op de Ministeriële beschikking administratieve boeten en was passend en geboden. Het Gerecht verwierp het bezwaar tegen het ontbreken van een aanmaning omdat die niet vereist is bij aangiftebelastingen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere algemene rechtsbeginselen faalden wegens gebrek aan onderbouwing.
Uiteindelijk vernietigde het Gerecht de uitspraak op bezwaar wegens schending van de hoorplicht, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de boetebeschikking. Er werden geen proceskosten toegekend omdat geen professionele rechtsbijstand was gebleken.
Uitkomst: Beroep gegrond wegens schending hoorplicht, uitspraak op bezwaar vernietigd, maar boete blijft in stand.