ECLI:NL:OGEAC:2017:269
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs onttrekking minderjarige aan ouderlijk gezag
De zaak betrof de tenlastelegging dat verdachte zijn minderjarige dochter, geboren in 2004, zonder toestemming van de moeder naar Libanon had gebracht en daar had gehouden, waardoor het gezag van de moeder werd belemmerd. De verdachte werd vervolgd voor onttrekking aan ouderlijk gezag over een periode van juli 2005 tot heden.
Tijdens de terechtzitting voerde de verdediging verweren aan tegen de dagvaarding en ontvankelijkheid, maar deze werden door het Gerecht afgewezen. Het Gerecht stelde vast dat verdachte en moeder gezamenlijk het gezag uitoefenden en dat de moeder instemde met het vertrek van de dochter naar Libanon. De dochter verbleef bij haar grootouders en later bij familie in Libanon, met bekendheid en contact van de moeder.
Er waren geen concrete afspraken over de duur van het verblijf of omgangsregelingen. De moeder had de verblijfplaats gekend en had ook de mogelijkheid om de dochter mee terug te nemen, maar heeft dit niet gedaan. Verdachte wilde de dochter niet terugbrengen omdat zij dat zelf niet wilde. Het Gerecht oordeelde dat dit onvoldoende was om verdachte strafrechtelijk te verwijten dat hij zijn dochter onttrokken had aan het gezag van de moeder.
Daarom sprak het Gerecht verdachte vrij van de tenlasteleggingen. De uitspraak werd gedaan door rechter G. Edelenbos op 6 december 2017.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij zijn minderjarige dochter onttrok aan het gezag van haar moeder.