Belanghebbende, ingezetene van Curaçao, ontvangt een weduwnaarspensioen en een ANW-uitkering uit Nederland, welke ook in Nederland worden belast, wat leidt tot dubbele belastingheffing. Het geschil betreft de vraag of Nederland deze inkomsten mag belasten en of de aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ correct zijn vastgesteld.
Het Gerecht stelt vast dat op grond van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) het heffingsrecht over het weduwnaarspensioen en de ANW-uitkering aan Curaçao toekomt. Nederland mag deze inkomstenbestanddelen daarom niet belasten. Desondanks heeft Nederland deze inkomsten in de heffing betrokken, maar dit sluit heffing in Curaçao niet uit. De Inspecteur heeft de aanslagen correct vastgesteld zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
Ten aanzien van de premie AVBZ oordeelt het Gerecht dat belanghebbende als ingezetene van Curaçao premieplichtig is. De heffing van deze premie valt buiten het toepassingsbereik van de BRK. De aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ zijn naar het oordeel van het Gerecht correct vastgesteld. Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar is gegrond, het beroep tegen de uitspraak op bezwaar en het beroep inzake de premie AVBZ zijn ongegrond.