Uitspraak
1.[GEDAAGDE SUB 1],
[GEDAAGDE SUB 2],
[GEDAAGDE SUB 3],
[GEDAAGDE SUB 4],
[GEDAAGDE SUB 5],
[GEDAAGDE SUB 6],
[GEDAAGDE SUB 7],
[GEDAAGDE SUB 8],
[GEDAAGDE SUB 9], en
[GEDAAGDE SUB 10],
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
United Telecommunication Services NV (UTS) vorderde betaling van belastingschulden van voormalige werknemers en de Stichting Bèshi. Het Gerecht oordeelde dat de vordering jegens de deelnemers verjaard was, omdat UTS uiterlijk op 3 oktober 2007 bekend was met haar vordering en de verjaringstermijn niet tijdig was gestuit.
Daarnaast werd vastgesteld dat het bestuur van de Stichting niet bevoegd was om de vaststellingsovereenkomst te sluiten, waardoor deze overeenkomst nietig is en UTS niet aan haar vordering jegens de Stichting kan worden toegewezen. De subsidiaire stellingen van UTS over ongerechtvaardigde verrijking en pseudo-gevolmachtigdheid werden eveneens verworpen.
De Stichting vorderde opheffing van het conservatoir beslag, maar dit werd afgewezen omdat zij onvoldoende aannemelijk maakte dat de vordering ondeugdelijk was of dat het beslag onrechtvaardig was. UTS en de Stichting werden in de proceskosten veroordeeld, waarbij UTS de kosten aan de zijde van de gedaagden en Stichting moest betalen en de Stichting de kosten aan de zijde van UTS.
Het vonnis werd uitgesproken door rechter I.H. Lips op 24 juli 2017 in het openbaar.
Uitkomst: De vorderingen van United Telecommunication Services NV zijn afgewezen wegens verjaring en onbevoegdheid van het bestuur van de Stichting.