Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over 2011 en maakte bezwaar. Na handhaving van de aanslag door de Inspecteur, kwam belanghebbende in beroep bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Tijdens de procedure trok belanghebbende het beroep in omdat de Inspecteur deels tegemoet was gekomen. Gelijktijdig verzocht belanghebbende om een proceskostenvergoeding.
Het Gerecht oordeelde dat op grond van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) en het Besluit proceskosten bestuursrecht een vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand toekwam. Hoewel de forfaitaire vergoeding Naf. 1.050 bedroeg, werd deze beperkt tot het door belanghebbende gevraagde bedrag van Naf. 700. Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van Naf. 50.
De uitspraak bevestigt dat ook bij intrekking van het beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming door de Inspecteur een redelijke proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding behoren te worden toegekend. Het vonnis werd uitgesproken op 24 juli 2017 door rechter M.M. de Werd.