Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.BEOORDELING VAN HET VERZET
3.PROCESKOSTENVERGOEDING
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep worden ingesteld bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg op 7 augustus 2015 navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd over de jaren 2010 tot en met 2013. Zonder eerst bezwaar te maken, kwam belanghebbende op 12 oktober 2015 in beroep tegen deze aanslagen en boetes. Het Gerecht verklaarde het beroep op 13 juni 2017 kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een voorafgaand bezwaar.
Belanghebbende tekende op 10 augustus 2017 verzet aan tegen deze uitspraak en voegde correspondentie bij die volgens haar bewijs zou leveren van ingediende bezwaren. Het Gerecht oordeelde echter dat uit deze correspondentie geen bezwaar bleek en dat het beroep terecht als niet-ontvankelijk was beoordeeld.
Het Gerecht zag geen aanleiding tot het houden van een zitting omdat de aard van de zaak en het procesverloop dit niet vereisten. Ook werd afgezien van doorzending van het beroepschrift als bezwaar aan de Inspecteur, omdat dit te laat was ingediend en niet verschoonbaar was.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak kan binnen twee maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie belastingkamer te Curaçao.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende geen voorafgaand bezwaar heeft aangetekend tegen de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen.