Belanghebbende, een onderneming die een kredietregistratiesysteem onderhoudt, betaalde leasekosten aan Y Ltd., een gelieerde BVI-vennootschap waarvan zij 50% van de aandelen bezit. De Inspecteur stelde dat de licentievergoeding van 50% van de omzet onzakelijk hoog was en legde naheffingsaanslagen en vergrijpboetes op.
Tijdens het proces heeft het Gerecht de Inspecteur meerdere malen verzocht om het controlerapport en de licentie-overeenkomst te overleggen, maar deze stukken zijn niet aangeleverd. Hierdoor ontbrak essentieel bewijs voor de stelling van de Inspecteur.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur niet aan zijn bewijslast had voldaan en verwierp het standpunt dat belanghebbende de zakelijkheid moest bewijzen. Belanghebbende bracht stukken in waaruit bleek dat de vergoeding zakelijk was vastgesteld, ondersteund door een verklaring van een onafhankelijke derde en een internationale organisatie.
Als gevolg hiervan vernietigde het Gerecht de naheffingsaanslagen en boetes en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. De kosten zijn daarmee volledig aftrekbaar gebleven.