ECLI:NL:OGEAC:2018:13

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
21 februari 2018
Publicatiedatum
27 februari 2018
Zaaknummer
BBZ nrs. CUR201400416 t/m CUR201400423
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening op het beroep in belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak inzake kennelijke verschrijvingen in belastingzaak

Op 24 januari 2018 deed het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao uitspraak in een belastingzaak tussen belanghebbende X en de Inspecteur der Belastingen. In deze uitspraak werden de namen van de leden van het Gerecht vermeld, maar later bleek dat er kennelijke verschrijvingen in deze vermelding stonden.

Het Gerecht achtte het noodzakelijk om ambtshalve deze kennelijke fouten te herstellen. De hersteluitspraak van 21 februari 2018 corrigeert de namen van de leden van het Gerecht die de uitspraak hebben gedaan en past tevens de samenstelling van de kamer aan, aangezien een lid geen deel meer uitmaakt van het Gerecht.

De uitspraak van 24 januari 2018 blijft voor het overige ongewijzigd. De hersteluitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier en bevestigt de correcte samenstelling van het Gerecht tijdens de uitspraak.

Uitkomst: Het Gerecht herstelt ambtshalve kennelijke verschrijvingen in de uitspraak van 24 januari 2018 en past de samenstelling van de kamer aan.

Uitspraak

Uitspraak van 21 februari 2018
BBZ nrs. CUR201400416 t/m CUR201400423
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
HERSTELUITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
X, woonachtig in Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur,

1.PROCESVERLOOP

1.1
Op 24 januari 2018 heeft het Gerecht uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.
1.2
In de uitspraak staat onderaan vermeld: ‘Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, voorzitter, mr. J. D. Jansen en mr. W.C.E. Winfield en mr. P.A.H. Lemaire, leden van het Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.’

2.OVERWEGINGEN

Het Gerecht is van oordeel dat sprake is van kennelijke verschrijvingen die zich lenen voor herstel en gaat ambtshalve daartoe over.

3.BESLISSING

Het Gerecht
- bepaalt dat waar in de uitspraak van 24 januari 2018 ‘Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, voorzitter, mr. J. D. Jansen en mr. W.C.E. Winfield en mr. P.A.H. Lemaire, leden van het Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.’ staat, dit wordt gewijzigd in ‘Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, voorzitter, mr. D.J. Jansen en mr. W.C.E. Winfield, leden van het Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.’
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
De samenstelling van de kamer is gewijzigd, omdat mr. W.C.E. Winfield geen deel meer uit maakt van dit Gerecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, voorzitter, mr. D.J. Jansen en mr. J. Sap, leden en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De voorzitter,