Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTENVERGOEDING
6.GRIFFIERECHT
7.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vergrijpboetes opgelegd over de jaren 2011 en 2012 vanwege niet aangegeven inkomsten van Stichting BZV. De Inspecteur stelde dat sprake was van opzet en een nieuw feit, terwijl belanghebbende betwistte dat er opzet was en stelde dat een boete van 25% passend was wegens grove schuld.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur wel beschikte over een nieuw feit, namelijk de artikel 45-ALL kaarten van Stichting BZV die pas in maart 2015 werden verstrekt. Hoewel belanghebbende de gegevens later in verbeterde aangiften opnam, maakte dit het nieuw feit niet ongedaan.
Het Gerecht vond onvoldoende bewijs voor opzet, mede omdat belanghebbende geen jaaropgaven ontving en haar aangiften door een derde liet verzorgen. Wel was sprake van ernstige onzorgvuldigheid (grove schuld). Daarom werd de boete verminderd van 50% naar 25%.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van Naf. 1.400 en het griffierecht van Naf. 50 aan belanghebbende. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraken op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De vergrijpboetes over 2011 en 2012 worden verminderd tot 25% wegens grove schuld zonder opzet.