ECLI:NL:OGEAC:2018:154

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
6 juli 2018
Publicatiedatum
11 juli 2018
Zaaknummer
BBZ nrs. CUR201700027, CUR201700037 t/m CUR201700039
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Algemene landsverordening Landsbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen belastingaanslagen wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen definitieve aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW voor de jaren 2011 en 2012, alsmede tegen opgelegde verzuimboetes. De Inspecteur heeft de aanslagen en boetes gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep kwam bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.

Het geschil spitst zich toe op de ontvankelijkheid van het beroep, omdat het beroep na de wettelijke termijn van twee maanden is ingediend. Belanghebbende stelde dat hij verhuisd was, maar dat zijn postadres hetzelfde was gebleven en dat post in de community box te laat werd bezorgd. Het Gerecht oordeelde dat de uitspraken op bezwaar naar het juiste adres waren verzonden en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt wanneer hij de uitspraken had ontvangen.

Daarom werd geconcludeerd dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor kwam het Gerecht niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de aanslagen en boetes. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aannemelijk maken van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Uitspraak van 6 juli 2018
BBZ nrs. CUR201700027, CUR201700037 t/m CUR201700039
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[ X ], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.
1.PROCESVERLOOP
1.1 Aan belanghebbende zijn met dagtekening 20 mei 2016 definitieve aanslagen in de inkomstenbelasting (hierna: IB) en premies AOV/AWW voor het jaar 2011 opgelegd van Naf. 11.681 respectievelijk Naf. 9.794 en een verzuimboete van Naf. 500 (IB 2011).
1.2 Belanghebbende is op 14 juli 2016 tegen de aanslagen en de boetes voor de jaren
2011 en 2012 in bezwaar gekomen.
1.3 Aan belanghebbende zijn met dagtekening 23 september 2016 definitieve aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW voor het jaar 2012 opgelegd van Naf. 12.129 respectievelijk Naf. 9.847 en een verzuimboete van Naf. 1.000 (IB 2012).
1.4 De Inspecteur heeft op 4 november 2016 uitspraken op bezwaar gedaan en de aanslagen IB 2011 en 2012 en premies AOV/AWW 2011 en de boetes gehandhaafd en de aanslag premies AOV/AWW 2012 verminderd.
1.5 Belanghebbende is op 16 januari 2017 tegen de uitspraken op bezwaar in beroep gekomen. Ter zake van de indiening van het beroep heeft belanghebbende een bedrag van Naf. 50,- aan griffierecht voldaan.
1.6 De Inspecteur heeft op 6 maart 2018 verweerschriften ingediend.
1.7 Partijen zijn opgeroepen tot het bijwonen van een zitting op 16 maart 2018 te Willemstad. Aldaar zijn op die datum verschenen namens de Inspecteur [ A ] en belanghebbende in persoon, bijgestaan door [ B ].

2.BEOORDELING VAN HET BEROEP

Ontvankelijkheid beroep

2.1
Ingevolge artikel 31, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (verder: ALL) kan de belanghebbende die bezwaar heeft tegen een ingevolge de belastingverordening door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij het Gerecht. Belanghebbende heeft na die termijn beroep ingediend. De niet-ontvankelijkheid van het beroep blijft in dat geval achterwege indien de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
2.2
Belanghebbende heeft in dat verband in zijn beroepschrift betoogd dat hij verhuisd is maar dat zijn postadres hetzelfde is gebleven. De post dient bezorgd te worden in de “community box” van [ N ]. Degene die ervoor zorgt dat de post bij belanghebbende terecht komt heeft gesteld dat alle post daar te laat wordt bezorgd. Het Gerecht overweegt als volgt.
2.3
De uitspraken op bezwaar zijn voorzien van het juiste adres, namelijk [ straat 00 ]. Op grond van deze gegevens acht het Gerecht aannemelijk dat de uitspraken op bezwaar naar het juiste adres zijn verzonden. Belanghebbende heeft met het in 2.2 weergegeven betoog niet duidelijk gemaakt wanneer hij de uitspraken op bezwaar ontvangen heeft noch heeft hij specifiek over de betreffende uitspraken op bezwaar een verklaring afgelegd. Omdat een dergelijke concrete verklaring over de werkelijke ontvangstdatum ontbreekt heeft belanghebbende naar het oordeel van het Gerecht niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van de door bepleite verschoonbare termijnoverschrijding. Het beroep dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Nu het beroep niet-ontvankelijk is, komt het Gerecht niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de zaken.

3.BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
-natuurlijke personen: NAf. 200
-personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500