Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Inleiding
5.De beslissing
Het Gerecht:
wijst afhet gevorderde;
compenseertde proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoeker, sinds 1995 werkzaam bij UTS, werd ontslagen in het kader van een reorganisatie waarbij haar oude functie verviel. Zij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege een oneerlijk plaatsingsproces, het ontbreken van een geldige reden en de ernstige gevolgen voor haar.
Het Gerecht stelde vast dat het plaatsingsproces conform het Sociaal Statuut was uitgevoerd, ondanks het ontbreken van een vakbondsvertegenwoordiger in de commissie. De economische noodzaak van de reorganisatie werd door UTS voldoende onderbouwd, onder meer met een verlies van circa 31 miljoen in 2017.
Hoewel de gevolgen van het ontslag voor verzoeker aanzienlijk waren, waaronder haar leeftijd, financiële verplichtingen en het ontbreken van een andere baan, vond het Gerecht dat deze niet zwaarder wogen dan het belang van UTS bij de reorganisatie. De vorderingen tot herplaatsing, loondoorbetaling en een aanvullende vergoeding werden afgewezen. Ook het beroep op nietigheid wegens ziekte werd verworpen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het Gerecht wijst het verzoek tot erkenning van kennelijk onredelijk ontslag en de gevorderde herstelmaatregelen af.