ECLI:NL:OGEAC:2018:28
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete vervalt wegens te late oplegging bij niet tijdig doen van belastingaangifte
Belanghebbende, een NV en moedermaatschappij binnen een fiscale eenheid, diende haar aangifte winstbelasting over 2010 te laat in, namelijk op 27 december 2011, terwijl de uiterste datum 31 juli 2011 was. De Inspecteur legde op 23 december 2014 een naheffingsaanslag en een verzuimboete op wegens het niet tijdig indienen van de aangifte.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen zowel de aanslag als de boete. De Inspecteur handhaafde beide besluiten, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerecht. Tijdens de procedure werd de naheffingsaanslag verminderd naar nihil en de boete verlaagd naar Naf. 500.
Het Gerecht oordeelde dat het beroep tegen de aanslag niet-ontvankelijk was omdat belanghebbende geen belang meer had bij het beroep. Ten aanzien van de boete stelde het Gerecht vast dat de boete te laat was opgelegd, namelijk meer dan een jaar na de uiterste aangiftedatum, waardoor de bevoegdheid tot oplegging was vervallen. De boete werd daarom vernietigd.
Daarnaast veroordeelde het Gerecht de Inspecteur tot betaling van de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op Naf. 1.400 wegens beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 1 maart 2018 en is vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De verzuimboete is vernietigd wegens te late oplegging, het beroep tegen de aanslag is niet-ontvankelijk verklaard.