Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen winstbelasting en boetes over de jaren 2007 tot en met 2009, 2011 en 2012. De bezwaren over 2007-2009 en 2011 zijn buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend en werden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij redelijkerwijs niet in staat was tijdig bezwaar te maken, ondanks verblijf in het buitenland en onbekendheid met de regels.
Voor het jaar 2012 is een boete opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte winstbelasting. Hoewel belanghebbende stelde dat het bedrijf niet actief was en zij in het buitenland woonde, blijft zij verantwoordelijk voor tijdige indiening. Het Gerecht achtte de boete terecht opgelegd, maar matigde deze van Naf. 2.500 naar Naf. 500 gezien de omstandigheden dat het bedrijf nooit actief was en er al hoge boetes waren opgelegd in eerdere jaren.
Het Gerecht verklaarde het beroep tegen de aanslagen over 2007-2009 en 2011 ongegrond, het beroep tegen de boete over 2012 gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar betreffende de boete en matigde de boete. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.