ECLI:NL:OGEAC:2018:57
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslagen en verzuimboetes winstbelasting 2013 en 2014
Belanghebbende, een B.V. gevestigd op Curaçao, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen en verzuimboetes winstbelasting voor de jaren 2013 en 2014. De Inspecteur verklaarde het bezwaar 2013 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in tegen beide aanslagen en boetes.
Het beroep tegen de aanslag en boete 2013 werd ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van ontvankelijkheid. Het beroep tegen de aanslag 2014 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg was ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Inspecteur. Echter, nadat de Inspecteur alsnog uitspraak deed op bezwaar van 9 maart 2017, werd het beroep geacht mede tegen deze uitspraak te zijn gericht en werd het niet niet-ontvankelijk verklaard.
De Inspecteur had de naheffingsaanslag 2014 verminderd tot nihil en de verzuimboete 2014 stapsgewijs verlaagd tot nihil. Het Gerecht oordeelde dat het beroep tegen de verzuimboete 2014 gegrond was en vernietigde deze boete. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Het beroep tegen de aanslag 2014 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete 2014 is gegrond verklaard en de boete is vernietigd; overige beroepen zijn ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard.