ECLI:NL:HR:2005:AU4298
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdige uitspraak bezwaar onterecht verklaard
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de waarde van een onroerende zaak door de gemeente Zwolle. Omdat de gemeente niet tijdig uitspraak deed op het bezwaar, stelde belanghebbende beroep in bij het hof tegen deze niet-tijdige uitspraak. Tijdens het geding deed het hoofd sectie belastingen alsnog uitspraak op het bezwaar, waarna het hof het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar nog niet was verstreken op het moment van het instellen van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 6:20 lid 4 Awb Pro het beroep mede moet worden geacht gericht te zijn tegen de nadien gegeven uitspraak en dat het beroep niet niet-ontvankelijk verklaard mag worden omdat het vóór het verstrijken van de beslistermijn is ingesteld. Het hof had het beroep niet-ontvankelijk mogen verklaren en de uitspraak kan niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt de gemeente Zwolle verplicht het griffierecht van belanghebbende te vergoeden. De Hoge Raad behandelt de klachten inhoudelijk niet en laat de proceskostenveroordeling aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar is niet niet-ontvankelijk en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.