ECLI:NL:OGEAC:2018:58

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
18 april 2018
Publicatiedatum
25 april 2018
Zaaknummer
BBZ nr. CUR201700040
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 15 lid 1 Landsverordening op het beroep in belastingzakenArtikel 15 lid 2 Landsverordening op het beroep in belastingzakenArtikel 15 lid 3 Landsverordening op het beroep in belastingzakenArtikel 18 lid 5 Landsverordening op het beroep in belastingzakenBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep belastingaanslag

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2014 een definitieve aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Na bezwaar en handhaving van de aanslag door de Inspecteur, stelde belanghebbende beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Tijdens de procedure kwam de Inspecteur tegemoet aan de bezwaren door de aanslag te verminderen, waarna belanghebbende het beroep introk.

Belanghebbende verzocht bij intrekking om vergoeding van proceskosten. Het Gerecht oordeelde dat proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend voor redelijke kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt, doorgaans door professionele bijstand. Omdat belanghebbende zelf het beroepschrift had geschreven en ingediend, waren geen dergelijke kosten aangetoond.

Het Gerecht wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, maar bepaalde dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van Naf. 50 moest vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen, maar griffierecht werd vergoed.

Uitspraak

Uitspraak van 18 april 2018
BBZ nr. CUR201700040
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[ X ], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende is voor het jaar 2014, met dagtekening 26 februari 2016 een definitieve aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd.
1.2
Belanghebbende heeft bij brief van 18 maart 2016, ingekomen op 23 maart 2016, bezwaar gemaakt tegen de aanslag.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 2 december 2016 de aanslag gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft bij brief van 11 januari 2017, ingekomen op 20 januari 2017, beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Naf. 50.
1.5
Partijen zijn uitgenodigd voor de zitting op 12 april 2018.
1.6
De Inspecteur heeft bij e-mailbericht van 9 april 2018 aan belanghebbende meegedeeld dat de aanslag overeenkomstig het bezwaar- en beroepschrift is verminderd.
1.7
Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 10 april 2018 het beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een proceskostenvergoeding.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. Tussen partijen is uitsluitend nog de proceskostenvergoeding voor de beroepsprocedure in geschil.
2.2
In artikel 15, lid 3, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep, omdat de Inspecteur geheel of gedeeltelijk aan de belanghebbende is tegemoetgekomen, de Inspecteur op verzoek van de belanghebbende bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 15, lid 1, LBB in de kosten kan worden veroordeeld. Dit betreft de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
2.3
In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is tot op heden nog niet gebeurd.
2.4
Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54). In artikel 1 van Pro dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende in het onderhavige geval dergelijke kosten heeft gemaakt. Zo heeft belanghebbende zelf het beroepschrift geschreven en ingediend, zodat niet is gebleken dat door een derde beroepsmatig bijstand is verleend. Het Gerecht vindt derhalve geen aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten.
2.5
In artikel 18, lid 5, LLB is bepaald dat, indien het Gerecht het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, de uitspraak tevens inhoudt dat de Inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. In dit geval is het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur is tegemoetgekomen aan belanghebbende. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat ook dan de Inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt (vgl. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 24 juli 2017, nr. CUR201600238, ECLI:NL:OGEAC:2017:96).

3.DE BESLISSING

Het Gerecht:
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af; en
- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Naf. 50 te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël - van der Biezen BSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (artikel 17a, lid 1, Landsverordening op het beroep in belastingzaken).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, lid 3. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (artikel 17b, lid 2, Landsverordening op het beroep in belastingzaken).