ECLI:NL:OGEAC:2018:7
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanmerkelijk belangwinst bij verkoop aandelen en bewijs van kosten en verliezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2008 waarin de Inspecteur de aanmerkelijk belangwinst uit de verkoop van aandelen in een vennootschap heeft vastgesteld op Naf. 684.216. Belanghebbende stelde dat diverse kosten en verliezen, waaronder hypothecaire leningen, rekening-courantvorderingen en verliescompensaties, in mindering moesten worden gebracht op de vervreemdingswinst.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in privé kosten voor de vennootschap heeft betaald. Er ontbraken facturen, bankafschriften of andere bewijsstukken, en de schattingen en foto’s van de bouw waren niet verifieerbaar. Kosten gemaakt vóór de verkoop van de appartementen aan de vennootschap konden bovendien niet tot verhoging van de verkrijgingsprijs leiden.
Voorts heeft belanghebbende niet overtuigend bewezen dat hij een verlies heeft geleden op de rekening-courantvordering. Uit de jaarstukken bleek dat de vordering per 31 december 2007 was verdwenen, vermoedelijk door aflossing. Zelfs indien de schuld niet was afgelost, zou belanghebbende nog recht hebben op aflossing gezien de positieve waarde van de onderneming.
Tenslotte wees het Gerecht het beroep af omdat de wet geen grond biedt voor het betoog dat verliescompensatie van de vennootschap op grond van billijkheid in mindering kan worden gebracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2008 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.