Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Beoordeling
ECLI:NL:OGHACMB:2016:8 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2016:8)).
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, een politieambtenaar in dienst van het Land Curaçao, maakte bezwaar tegen haar inschaling waarbij zij een eerdere ingangsdatum claimde dan het Land had vastgesteld. Na een eerdere uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken die het Land opdroeg binnen twee maanden te beslissen, bleef het Land in gebreke.
Eiseres verzocht in kort geding dat het Land alsnog op haar bezwaar beslist, onder dreiging van een dwangsom. Het Land vroeg om uitstel en matiging van de dwangsom, wijzend op menselijke vertragingen. Het Gerecht constateerde dat het bezwaar al een jaar oud was zonder inhoudelijke behandeling of berichtgeving aan eiseres.
Het Gerecht gaf het Land een nieuwe termijn tot 30 juni 2018 om te beslissen en de beslissing in het geding te brengen. Over de dwangsom en proceskosten werd nog niet beslist. Het Gerecht overwoog dat hoewel de Regeling Ambtenarenrechtspraak geen dwangsommen kent, de civiele rechter een uitspraak van de ambtenarenrechter kan versterken met een dwangsom om naleving af te dwingen.
Deze mogelijkheid is bevestigd in eerdere uitspraken van het Gerecht en het Gemeenschappelijk Hof, waarbij het belang van afdwingbaarheid van ambtenarenrechtelijke uitspraken wordt onderstreept.
Uitkomst: Het Land krijgt een termijn tot 30 juni 2018 om te beslissen op het bezwaar, verdere beslissingen worden aangehouden.