ECLI:NL:OGEAC:2018:8
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen teruggaaf invoerrechten wegens ontbreken vergunning en niet-onverwijld melden vergissing
Belanghebbende deed op 15 augustus 2014 aangifte van twaalf pallets chemicaliën en betaalde invoerrechten. Later verzocht zij teruggaaf omdat de goederen volgens haar vrijgesteld waren ingevoerd. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat de vereiste vergunning voor vrijstelling ontbrak en de goederen bij vergissing waren aangegeven.
Belanghebbende tekende bezwaar en beroep aan, waarbij het Gerecht oordeelde dat de vrijstelling van artikel 75 LVTI Pro alleen geldt indien een vergunning is verleend. Deze ontbrak, waardoor invoerrechten terecht geheven zijn. Teruggaaf op grond van vergissing (artikel 153 LVTI Pro) kan alleen indien de vergissing onverwijld wordt gemeld.
Het Gerecht stelde vast dat de importeur de goederen op 21 augustus 2014 ontving en dat belanghebbende de vergissing pas op 23 september 2014 meldde, ruim na het vereiste termijn van twee werkdagen. Hierdoor is niet voldaan aan het onverwijldheidsvereiste en bestaat geen recht op teruggaaf.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de teruggaaf gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen vergunning was en de vergissing niet onverwijld is gemeld.