ECLI:NL:OGEAC:2018:91

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
21 mei 2018
Publicatiedatum
23 mei 2018
Zaaknummer
CUR201600425
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2 lid 1 Landsverordening onroerende zaakbelastingArtikel 7 lid 3 Landsverordening onroerende zaakbelastingArtikel 8 Landsverordening onroerende zaakbelastingArtikel 9 lid 1 en 2 Landsverordening onroerende zaakbelastingArtikel 18 lid 5 Landsverordening op het beroep in belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering waarde onroerende zaak en aanslag onroerendezaakbelasting 2016

Belanghebbenden zijn eigenaar van een onroerende zaak te Curaçao, waarvan de waarde in 2014 onherroepelijk is vastgesteld op Naf. 181.000. Voor het jaar 2016 is een aanslag opgelegd op basis van een hogere waarde van Naf. 248.000, vastgesteld door taxateurs in 2014.

Belanghebbenden betwisten deze hogere waarde en wijzen op waarde drukkende factoren zoals de aanwezigheid van een hondenopvang en verkeersoverlast. De Inspecteur baseert zich op landelijke taxaties uitgevoerd door door de belastingdienst gecontracteerde taxateurs.

Het Gerecht oordeelt dat volgens de Landsverordening onroerende zaakbelasting bezwaar tegen de waarde slechts mogelijk is over het eerste jaar van het vijfjarige tijdvak, tenzij zich wijzigingen voordoen zoals bouw of verbouwing. Omdat geen wijzigingen zijn vastgesteld, dient de waarde van 2014 te gelden voor 2016.

De aanslag 2016 wordt daarom verminderd naar Naf. 181.000 en het betaalde griffierecht van Naf. 50 wordt aan belanghebbenden vergoed.

Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op Naf. 181.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting 2016 wordt dienovereenkomstig verminderd.

Uitspraak

Uitspraak van 21 mei 2018
BBZ nr. CUR201600425
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
X,wonende in Curaçao,
belanghebbenden,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur,

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbenden is op 18 mei 2016 over het jaar 2016 een voorlopige aanslag onroerendezaakbelasting naar een belastbare waarde van Naf. 248.000 en een te betalen belasting van Naf. 992 opgelegd.
1.2
Belanghebbenden zijn op 27 juni 2016 in beroep gekomen bij het Gerecht. Op 9 februari 2017 hebben belanghebbenden terzake van de indiening van het beroepschrift een bedrag van Naf. 50 aan griffierecht voldaan.
1.3
De Inspecteur heeft op 1 september 2017 een verweerschrift ingediend
1.4
Belanghebbenden hebben op 1 september 2017 een aanvullend schrijven ingediend.
1.5
De zaak is behandeld ter zitting van 13 september 2017 te Willemstad. Daar zijn verschenen, namens belanghebbenden, mw. A en namens de Inspecteur mr. B en mr. C.

2.FEITEN

2.1
Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
2.2
De heer X was eigenaar van een perceel, gelegen te Y, groot Z m2 met daarop gebouwd een woning (hierna aangeduid als onroerende zaak). De heer X is op 22 september 2001 overleden, waarna belanghebbenden de gezamenlijke eigendom verkregen van de onroerende zaak.
2.3
Tot en met het jaar 2013 zijn belanghebbenden voor de grondbelasting aangeslagen naar een waarde van Naf. 181.000.
2.4
Belanghebbenden hebben op 28 oktober 2015 een brief ontvangen met de vermelding van de nieuwe waarde van de onroerende zaak voor het vijfjarig tijdvak, dat begint in 2014 en loopt tot 2018. De waarde van de onroerende zaak is per waardepeildatum, 1 januari 2014, getaxeerd op Naf. 248.000. In de jaren 2014 en 2015 zijn aan belanghebbenden voorlopige aangeslagen opgelegd naar de oude waarde van Naf. 181.000.
2.5
Voor het onderhavige jaar 2016 is een voorlopige aanslag opgelegd naar een waarde van de onroerende zaak van Naf. 248.000.

3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

3.1
In geschil is het antwoord op de vraag of de voor het onderhavige jaar 2016 vastgestelde waarde van de onroerende zaak juist is.
3.2
Belanghebbenden zijn van mening dat de waarde van Naf. 248.000 zoals vastgesteld door de Inspecteur te hoog is. Belanghebbenden stellen dat de bouw in 1989 van de onroerende zaak in totaal minder dan Naf. 100.000 heeft gekost. Voorts stellen belanghebbenden dat de komst van een hondenopvang tegenover de onroerende zaak en de omstandigheid dat zich elke ochtend een file vormt op de weg gelegen voor de onroerende zaak, waarde drukkende factoren zijn. Volgens belanghebbenden dient de waarde vast te worden gesteld op Naf. 180.000.
3.3
De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de waarde van de onroerende zaak Naf. 248.000 bedraagt. Deze waarde volgt uit een landelijke taxatie uitgevoerd door taxateurs die door de belastingdienst eind 2014 in verband met de invoering van de onroerendezaakbelasting gecontracteerd zijn om de waarden van onroerende zaken in Curaçao te bepalen.
3.4
Tussen partijen is niet in geschil of een voorlopige aanslag kan worden opgelegd. Het Gerecht ziet geen aanleiding om daar ambtshalve over te oordelen.

4.BEOORDELING VAN HET BEROEP

Ontvankelijkheid
bezwaar
4.1
De voorlopige aanslag is opgelegd op 18 mei 2016. Belanghebbenden zijn, zonder eerst bezwaar aan te tekenen, op 27 juni 2016 direct in beroep gekomen bij het Gerecht. Het Gerecht merkt dit beroepschrift aan als bezwaarschrift met als gevolg dat belanghebbenden ontvankelijk zijn in hun bezwaar.
beroep
4.2
De Inspecteur heeft geen uitspraak op bezwaar gedaan, maar heeft op 1 september 2017 wel een verweerschrift ingediend. Op diezelfde datum hebben belanghebbenden een aanvulling op het eerder (op 27 juni 2016) ingediende stuk ingediend. Ter zitting zijn partijen ermee akkoord gegaan om het verweerschrift aan te merken als uitspraak op bezwaar en het aanvullend schrijven als beroepschrift met als gevolg dat belanghebbenden ontvankelijk zijn in hun beroep.
Inhoudelijk
4.3.1
Ingevolge artikel 2 lid 1 van Pro de Landsverordening onroerende zaakbelasting (hierna LOzb) is belastingplichtig degene, die bij het begin van het kalenderjaar het genot heeft van de onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak. Op grond van het tweede lid wordt, indien bij het begin van het kalenderjaar meer dan een belastingplichtige het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak, de belasting geheven van alle belastingplichtigen gezamenlijk. De erfgenamen van wijlen X waren op 1 januari 2016 eigenaar van de onroerende zaak, zodat zij voor het jaar 2016 belastingplichtig zijn.
4.3.2
Artikel 7 lid 3 LOzb Pro schrijft voor dat de Inspecteur de waarde van de onroerende zaak bij de eerste aanslag van het vijfjarig tijdvak vaststelt. De eerste belastingaanslag die is opgelegd over het vijfjarige tijdvak is de aanslag over het jaar 2014. Die belastingaanslag staat onherroepelijk vast en is opgelegd naar een waarde van Naf. 181.000.
4.3.3
Bezwaar tegen de in de aanslagen van het vijfjarig tijdvak begrepen waarde is ingevolge artikel 9, lid 1 en 2 LOzb slechts mogelijk over het eerste jaar van het vijfjarig tijdvak. Dat betekent dat de waarde zoals die in de reeds onherroepelijke belastingaanslag over 2014 is vastgesteld ook heeft te gelden voor de daarop volgende jaren.
4.3.4
Het voorgaande is blijkens artikel 9, lid 1 LOzb slecht anders indien er zich met betrekking tot de onroerende zaak een van de wijzigingen voordoet, als genoemd in artikel 8 LOzb Pro. Dat betreft wijzigingen als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak, vernietiging, het geheel of gedeeltelijk belastbaar worden van vrijgestelde zaken en omgekeerd en splitsing en vereniging. Een dergelijke wijziging heeft zich niet voorgedaan. Gelet daarop is het Gerecht van oordeel dat de belastingaanslag over 2016 vastgesteld dient te worden naar de in 2014 vastgestelde waarde van Naf. 181.000.
4.3.5
De Inspecteur heeft betoogd dat bij het opleggen van de belastingaanslag over 2014 nog de oude waarde van Naf. 181.000 in aanmerking is genomen, omdat de taxateurs op dat moment nog niet klaar waren met de taxaties. Dat is echter geen omstandigheid die genoemd is in artikel 8 LOzb Pro, zodat het Gerecht dit betoog verwerpt. Het gelijk is aan belanghebbenden. De aanslag 2016 dient overeenkomstig het jaar 2014 te worden vastgesteld naar een waarde van de onroerende zaak van Naf. 181.000.

5.GRIFFIERECHTEN

Omdat het beroep gegrond is verklaard, hebben belanghebbenden ingevolge artikel 18, lid 5 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken recht op vergoeding van het betaalde griffierecht.

6.DE BESLISSING

Het Gerecht:
  • verklaart het beroep inzake de onroerendezaakbelasting voor het jaar 2016 gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de waarde van de onroerende zaak naar Naf. 181.000 en vermindert de aanslag dienovereenkomstig;
  • gelast dat de Inspecteur het door belanghebbenden betaalde griffierecht van Naf. 50 aan deze vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
-natuurlijke personen: NAf. 200
-personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500