ECLI:NL:OGEAC:2019:200
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over betaling en hypotheek na schadevergoeding Hofvonnis
De zaak betreft een executiegeschil tussen Banco di Caribe N.V. en de stichting particulier fonds Parasasa over de uitvoering van een Hofvonnis waarin de bank werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en rente aan Parasasa.
De bank vorderde in kort geding schorsing van de executie van het Hofvonnis, stellende dat een cassatieberoep kansrijk is en dat Parasasa misbruik van recht maakt door executie voort te zetten. Parasasa vorderde betaling van een bedrag van NAf 561.974,67 en doorhaling van een hypotheekrecht.
Het gerecht oordeelde dat de kans op cassatie geen grond is om de executie te schorsen en dat geen sprake is van een kennelijke feitelijke of juridische misslag in het Hofvonnis. De berekening van het gevorderde bedrag door Parasasa is gebaseerd op een door de bank zelf opgestelde berekening, aangepast aan het Hofvonnis. De bank heeft haar stellingen onvoldoende onderbouwd.
De belangenafweging leidde tot afwijzing van het verzoek van de bank en toewijzing van proceskosten aan Parasasa. De vordering van Parasasa tot doorhaling van de hypotheekinschrijving werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en partijen zijn veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de bank tot schorsing van de executie worden afgewezen en partijen worden veroordeeld in de proceskosten.